Ik deed aangifte tegen de minister van Onderwijs - Een vervolg deel 2/5


De eerste van 4 anonieme brieven geschreven door leerlingen van een reformatorisch school, waarin ze hun ervaringen delen.


Lieve lhbt+ refojongere,


Ik zit op een reformatorische school en ik val op vrouwen. Daar ben ik inmiddels ontzettend trots op, want God heeft mij zo gemaakt, dat ik kan houden van een vrouw én in een omgeving ben gezet waar dat een dagelijkse confrontatie is. De overtuiging dat refo en lesbisch zijn zogenaamd botst, maakt me eigenlijk alleen maar gayer.


Als lesbi is het leven in een reformatorische omgeving kort gezegd bizar. Op school kom je steeds weer tegen dat een leraar een opmerking maakt over hoe vrouwen lekker snel aan een vriend moeten. Of andersom, dat over afgeleide leerlingen onmiddellijk wordt gezegd: ‘Die zijn zeker bezig met hun vriendjes’. Ik denk, als je in het woordenboek de term ‘reformatorische school’ opzoekt, het woord ‘heteronormativiteit’ meteen vooraan in de definitie staat.


Op de vraag hoe ik daarmee omga is het antwoord…dag bij dag. Gewoonlijk bouw ik een muur tussen mezelf en mijn emoties, om er maar niet mee geconfronteerd te worden, want als iemand naar wie ik uit de kast ben dan eens vraagt hoe het zijn van refo en lhbt écht voelt, breek ik meteen.


Op school komt het onderwerp eigenlijk nooit naar boven, behalve in discussies in de les. En die zijn dan ook meteen verhit. Een leraar vertelt dat homoseksualiteit niet mag, want dat staat volgens hem in de Bijbel. Een leerling zegt dat homo’s niet in films moeten voorkomen omdat kinderen anders verward raken. Een andere leerling maakt een flauwe grap over panseksualiteit. Weer een ander zegt te moeten kotsen bij de gedachte aan twee mannen in een relatie. De leraar kijkt toe.


Natuurlijk voelt dit super rot voor mij en alle andere lhbt+ leerlingen in mijn omgeving. Want die zijn er zat, geloof me. Maar het is niet alleen die discussies. Dagelijks loop je rond met de wetenschap dat jij in deze omgeving wordt gezien als ‘raar’. Heb je wel eens goed gelet op hoe gays worden genoemd op reformatorische scholen? Wij zijn de ‘mensen met een andere geaardheid’, de ‘mensen die seksuele aantrekkingskracht ervaren tot hetzelfde geslacht’ of ‘die met mogelijk lesbische gevoelens’. Die termen zijn zo afstandelijk en vervreemdend, zo verschrikkelijk onpersoonlijk, dat het bijna lijkt of het niet gaat over een naaste. Gewoon, een klasgenoot. Een vriendin.


Ik weet nog wel hoe er een Nederlandse verklaring uitkwam tegen homoseksualiteit, waarin op gegeven moment stond: ‘Daarom verdienen homoseksuele broeders en zusters die in onthouding leven alle liefde en steun en respect.’ En dat is misschien wel de perfecte samenvatting van gay zijn op een reformatorische school. Enkel als het zeggen van ‘ik ben homo’ onmiddellijk wordt gevolgd door: ‘maar ik neem nooit een relatie, hoor!’ kun je hopen op acceptatie. Niet dat er veel van ons uit de kast komen overigens, maar de overtuiging dat je geen relatie mag om wie je bent, die komt aan als een klap.


Wat scholen en refo’s an sich daarbij niet beseffen, is dat ze elk lhbt+ kind daarmee veroordelen tot een leven met een gebroken hart. Leef je maar eens in: het is onvermijdelijk dat wij in ons leven verliefd worden op iemand die dicht bij ons staat, waarschijnlijk meerdere keren door de jaren heen, zoals elk mens. Maar door ons een leven van eenzaamheid op te dragen, zullen wij dus steeds het contact met die personen moeten verbreken, beide harten breken en elke avond opnieuw, hoe rot je dag ook was, moeten thuiskomen in een leeg, leeg huis. Ik snap niet, vanuit het diepste in mij, hoe dát ooit Gods wil zou kunnen zijn. Dit is niet de God waarover ik lees in mijn Bijbel! Snap je nu, hoe lesbisch zijn voor mij de grootste geloofscrisis ooit zou veroorzaken, op het moment dat ik de middelbare school instapte? Met elke afkeurende opmerking over homoseksualiteit dreef ik verder weg van God en snapte ik Hem minder. Huilen doe ik nauwelijks, maar ik heb nog nooit zóveel gehuild over iets als over lesbisch zijn in een reformatorische wereld. Nu ik dit schrijf moet ik moeite doen, om niet weer te beginnen.

Als je lesbisch bent op een reformatorische school, wordt je daar namelijk op alle mogelijke manieren mee geconfronteerd. Een ervaring die ik mij nog heel goed herinner, is deze. Toen ik op Paarse Vrijdag bij een leraar in de les langsging om hem daarover te vertellen, vroeg een leerling voorin: ‘Paarse Vijdag, wat is dát nou weer?’ Nadat ik het in 2 zinnen had uitgelegd begon de leerling sarcastisch te lachen en zei dat het een belachelijk idee was. ‘Haha, fucking homo’s..’ Later die middag kwam ik diezelfde leerling weer tegen, waarna die vrienden aantikte, wees en ze allemaal in lachen uitbarstten. Wat voelde dat vernederend.


Maar dit is niet de enige manier waarop wij ermee geconfronteerd worden dat we ‘refo-homo’s’ zijn. Het zijn niet alleen die homo fobische leerlingen en klasgenoten die ons niet accepteren. Een aantal leraren, schoolleiding en directeuren zijn ook van de partij. Ik kan me nog heel goed herinneren wat Pieter Moens van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs zei in een interview over die identiteitsverklaringen. ‘Daarom werken wij hard aan een sociaal klimaat waarin zij, bij wie het absoluut nog geen uitgemaakte zaak is dat ze homo of hetero zijn, zich kunnen uitspreken. Tegen haat en geweld, maar ook tegen mopjes en grapjes wordt stevig opgetreden.’

Nog geen uitgemaakte zaak? Zich kunnen uitspreken? Wordt stevig opgetreden?


Als je een lhbt+ refo vraagt dit te bevestigen, blijkt waarschijnlijk het tegenovergestelde van dit allemaal. Maar door alle interviews, verklaringen en uitspraken die onze leiding uitbrengt, lijkt het net alsof een reformatorische school dé ideale omgeving is voor een lhbt+ jongere. Alsof wij gewoon onszelf kunnen zijn, omdat dat normaal is, alsof niemand ons in de gangen uitscheldt, alsof leraren in de les níét zeggen dat homoseksualiteit aangeleerd is. Dus, beste lezer, misschien is deze brief de manier om jullie te vertellen wat er echt gebeurt. Deze keer is de stem niet aan cisgender, hetero mannen, maar aan onszelf! En daarvoor is het hoog tijd.


En natuurlijk, er zijn ook mensen die je wél accepteren om wie je bent en die verzekeren dat er niets verandert nadat je ze vertelt dat je lesbisch bent. Maar dat er goede reacties zijn, maakt de slechte reacties niet minder erg. We moeten oppassen, dat we de goede mensen niet als een excuus gebruiken om slecht gedrag te rechtvaardigen. Zo van: ‘Ja, zij reageerden misschien slecht, maar er zijn ook refo’s die níét homofobisch zijn!’ Natuurlijk! Maar als een leerling positief reageert en een leraar negatief, dan is er toch nog zat werk aan de winkel?


Ik weet al jaren van mezelf dat ik op vrouwen val. En voor mij was daar helemaal niets geks aan, dit is gewoon wie ik ben. Totdat ik op de middelbare school kwam en ons werd verteld dat het níét normaal is. Totdat een leraar me vertelde dat lesbies zichzelf hun homoseksualiteit hebben aangepraat en mijn schoolboek me vertelde dat genderideologie een satanische list is om de scheppingsorde omver te werpen. Wat móést ik daarmee? Opeens was ik compleet in de knoop met mezelf. God houdt van iedereen, we moeten onze naaste liefhebben, elk mens is gelijk geschapen, maar enkel omdat ik graag zou trouwen met een vrouw, geldt dat niet voor mij?

Jullie willen weten hoe ik eigenlijk zou wensen dat lhbt+ leerlingen zich kunnen bewegen op school. Het antwoord is simpelweg: vrij. Vrij om te houden van wie je houdt, omdat liefde het meest normale en mooie is wat deze wereld kent. Maar naast vrijheid voor lhbt+ leerlingen, hebben ook de andere leerlingen en leraren één ding keihard nodig. Onderwijs. Nelson Mandela zei: ‘Onderwijs is het machtigste wapen dat je kunt gebruiken om de wereld te veranderen’. En dat klopt als een bus, want in reformatorische gemeentes en scholen is er echt gebrek aan informatie en educatie, zodat veel mensen niet meer hebben om uit te dragen dan hun eigen vooroordelen, stereotypen en de traditionele visie. Het