Arno en Annie
- 1 dag geleden
- 2 minuten om te lezen
Jacob Diederiks.

Eenmaal in de veertien dagen worden de bloemen op zijn graf ververst, op hoogtijdagen met iets passends. Met Kerst wat kerstgroen, versierd met kleine rode ballen. Met Pasen wat uitbottend groen, versierd met pastelkleurige eitjes. Teken dat Arno niet is vergeten en nog altijd wordt gemist. Hopelijk ook een teken van een toekomstig weerzien. De dood mag niet het laatste woord hebben.
Slechts achttien jaar is hij geworden. Als oud-leerling op het speciaal onderwijs werkte hij op de kinderboerderij, waar hij dieren, bloemen en planten verzorgde. In het weekend ging hij met vrienden uit in het centrum. Soms werden daar de bloemetjes buitengezet. Toen hij nog bij mij in de klas zat, had hij al moeite z’n lippen in bedwang te houden. Hoe vaak zei ik niet: ‘Joh, bemoei je toch niet met alles en iedereen. Daar komt alleen maar narigheid van!’
Op die fatale zaterdagavond was het weer raak. Tijdens een vechtpartij kreeg hij een enorme vuistslag tegen zijn hoofd. Hij raakte in coma en kwam niet meer bij. Ik las de rouwadvertentie in de krant en schrok. Ach, Arno, jongen toch...
Omdat ik naast de begraafplaats woon, wandel ik regelmatig met mijn hond langs zijn graf en sta dan enkele ogenblikken stil. De hond kent de route al. Er liggen inmiddels meerdere oud-leerlingen. Afgelopen zomer werd er weer een bijgezet.
Nu was het Annie, oud-leerlinge uit de jaren zeventig. Ze kwam uit een eenvoudig orthodox-christelijk milieu en had een traditionele opvoeding gehad: ‘Goed naar de meester luisteren en geen brutale mond!’ Gedwee en lief. Van haar type had ik er wel meer willen hebben, alhoewel... Het kweken van het gevoel van eigenwaarde heeft ook z’n voordelen.
Zelf miste ik dat als kind. Ik groeide ik op in een vergelijkbaar milieu en leerde nooit voor mijzelf op te komen. Zeker niet toen ik merkte dat ik op jongens viel. Ik hield me stil. Mijn ouders en de kerk stimuleerden dat onbedoeld met: ‘Niet over praten. Dan bestaat het niet.’ Niet alleen toen, maar zelfs in deze tijd. Toen ik een oud-predikant vroeg of hij tijdens zijn werkzame leven ooit met homo’s te maken had gehad, was het antwoord: ‘Nee, die hadden wij niet.’
Al kom ik als mentaal beschadigde nog zelden in de kerk, ben ik toch naar de uitvaart van Annie gegaan. Ik deed het puur voor haar. Het voelde vertrouwd en goed. Zelfs met de vele opwekkingsliederen, liederen die ik zelf nooit zal uitkiezen. Maar ze pasten helemaal bij Annie. Mijn zangstem ben ik al een paar jaar kwijt, maar toen zong ik mee uit volle borst. Soms moet je iets gewoon doen. Al is er veel wat me tegenhoudt - het geloofszekere van veel mensen, de vanzelfsprekendheid met alles mee te doen, het negeren van twijfel. De hele nacht zong de melodie door mijn hoofd. ‘Lichtstad met uw paarlen poorten’. Ik weet dat het fantasie is. Maar toch…







Opmerkingen