Met of zonder God

Christina.

Ik kom uit een gebroken gezin. Mijn moeder was alcoholist en ook mijn vader, die leraar wiskunde en natuurkunde was, raakte verslaafd aan drank. Hij was altijd al een moeilijke man maar werd ondanks dat, voor hij begon te drinken, door veel mensen toch gewaardeerd om zijn kennis en sterke persoonlijkheid. Dat veranderde toen hij zich bezig ging houden met oplichtingspraktijken.

Buitenbeentje

Mijn vader heeft mij, zonder in details te treden, zowel geestelijk als seksueel misbruikt en lichamelijk mishandeld. Mijn jongere zusje was zijn alles, ik daarentegen, kon niks goed doen. Na jarenlange therapie ben ik tot de conclusie gekomen dat dat kwam omdat we qua karakter erg op elkaar lijken. De band met mijn moeder was ook niet goed. Hoewel ze haar best deed voor me te zorgen, waren de rollen, door haar drankprobleem, vaak omgedraaid. Ik werd vaak opgevangen door een zus van mijn oma (beppe). Toen ik tien was, werd de situatie thuis onhoudbaar. Ik werd uit huis geplaatst en liefdevol opgevangen door een oudoom- en tante. Ik nam afscheid van mijn onveilige omgeving en verhuisde naar Beetsterzwaag.

Mijn moeder nam me altijd mee naar de Bethelkerk in Drachten (Baptisten gemeente) maar eenmaal bij mijn oom en tante, werd de Bethelkerk ingeruild voor een gereformeerde kerk (nu PKN).

Ondanks dat ik thuis vaak voor mijn jongere zusje moest zorgen, moest ik volledig opnieuw opgevoed worden en begon ik toen eigenlijk pas kind te worden. Ik had een achterstand opgelopen op het gebied van sociale contacten en ik voelde me daardoor op de basisschool een buitenbeentje. Gelukkig kreeg ik toch een paar vriendjes en vriendinnetjes die er voor me waren toen het huwelijk van mijn ouders eindigde in een vechtscheiding met torenhoge schulden. Mijn vader bleek heel veel mensen te hebben opgelicht en werd als gevolg daarvan failliet verklaard.

Ik merkte dat ik anders was

Op mijn 11de kreeg ik de mogelijkheid om te leren schaken, iets waardoor ik jaren later voor het eerst een glimlach op mijn vaders gezicht zag. Hijzelf was in zijn jonge jaren een hele goede schaker geweest en, terwijl ik hiervoor nooit iets goed kon doen in zijn ogen, was hij nu ineens trots op me!

In de tijd dat ik schaakte, werd ik, op mijn manier, ook verliefd op een jongen. Achteraf hadden mijn pleegouders gelijk, ik wist nog niks van liefde, ik keek alleen maar tegen hem op. Eigenlijk vond ik verkering maar niks, maar het hoorde erbij en hij kon heel goed schaken. Toen ik op mijn 15de moest stoppen, verdween die jongen ook uit beeld. Ik heb er nooit liefdesverdriet van gehad.

Ik denk dat ik 13 was toen ik begon te merken dat ik toch anders was dan mijn vriendinnetjes. Sommigen hadden hun eerste kus al gehad en waren fan van de Backstreet Boys terwijl ik gek was van de Spice Girls. Ik had een hele grote poster van hen boven mijn bed waar ik graag naar keek. Vooral sporty spice vond ik erg interessant. Ik was wel nieuwsgierig naar de verhalen van mijn vriendinnetjes hoor, maar het idee om zelf met een jongen te zoenen, stond me tegen, hoewel ik altijd wel goed met jongens op kon schieten, maar dan als vrienden. Mijn beste vriend en soulmate (ook homo trouwens) ken ik sinds mijn 12e, inmiddels al 18 jaar dus.

Ik kon het niet plaatsen

Mijn beste vriendin kreeg in die tijd haar eerste vriendje en deelde haar ervaringen met me. Het stond me tegen, ik had niks met het mannelijke geslachtsdeel en wou al helemaal geen gemeenschap met een jongen. Toch zocht ik daar toen nog niks achter.

Toen ik in de puberteit kwam en mijn lichaam begon te ontdekken, merkte ik wel dat ik daarbij aan meisjes dacht, maar ik kon het niet plaatsen. Lesbisch zijn zei me niks want mijn gereformeerde oom en tante gaven me de waarden en normen mee vanuit hun geloof en daarin was seksualiteit, zeker homoseksualiteit, een groot taboe.

Ook later, toen ik een MBO opleiding volgde en tijdens één van mijn stages een vrouw leerde kennen waar ik gevoelens voor kreeg, kon ik er het woordje lesbisch niet op plakken. Pas in het laatste jaar, toen mijn beste vriend uit de kast kwam, kreeg ik echt met homoseksualiteit te maken.

Het was een ziekte

Mijn oom en tante hadden hun kerk inmiddels verlaten omdat daar een lesbische vrouw, met vrouw en kind ook nog eens, predikant was geworden. Ze waren overtuigd dat dat zondig, slecht en abnormaal was. Ook mijn vriendschap met mijn beste vriend en andere homoseksuele vrienden werd door mijn oom en tante afgekeurd. Het was een ziekte, zeiden ze. Een ziekte waarmee ik besmet kon raken. Ik werd opstandig, begon te roken en ging op mijn twintigste het huis uit. Maar de vriendschap met mijn homoseksuele vrienden bleef.

Ik leefde in een leugen

Eigenlijk door de schaatssport drong het dan eindelijk tot me door. Ik was helemaal weg van Ireen Wüst en toen ik dat mijn homoseksuele vrienden vertelde, vertelde zij me dat ik lesbisch was. Een mega schok want de kerk waar ik ondertussen via mijn moeder terecht was gekomen, zag homoseksualiteit als iets duivels. Ik onderging gebedsgenezing en werd uiteindelijk, op Soul Survivor, een festival waar ik een paar keer heen ben geweest, genezen verklaard. Al vrij snel was ik erachter dat dat niet het geval was. Ik leefde in een leugen, puur omdat ik van alle kanten tegengehouden werd om te kunnen zijn wie ik echt ben. Sommige mensen wilden dat ik me bekeerde, anderen erkenden mijn geaardheid maar zeiden dat ik alleen moest blijven. Slechts een klein groepje was blij voor me en zei dat het niks uitmaakte.

Ik dacht dat ik biseksueel was toen, klampte me wanhopig vast aan het idee dat ik een man nodig had en sloot me aan bij de vrijgemaakte kerk in Drachten (GKv), waar ik me op zich goed thuis voelde.

Verliefd op een vrouw

Jaren verstreken en toen ineens, in het najaar van 2011, werd ik voor het eerst echt verliefd op een vrouw. Hoewel ik altijd gedacht had op mannen te kunnen vallen (zolang ze maar geen seks met me wilden) was dit een totaal nieuwe ervaring. Ik heb nooit geloofd in liefde op het eerste gezicht, maar toen wist ik wat het was. Dat weekend wist ik dat mijn leven nooit nooit meer hetzelfde zou zijn. Ik werd me bewust van het verschil tussen houden van een vriend, iemand leuk vinden, iemand erg leuk vinden en daadwerkelijk verliefd zijn. Mijn hart ging te keer met een snelheid van 160km per uur en de vlinders kwamen, bijna letterlijk, mijn tenen uit. En dat door één blik en één aanraking.

God moest mij wel haten

Ik vluchtte ervoor weg en probeerde nog wanhopiger verliefd te worden op een man. Want een vrouw, dat kon niet. Ik stopte mijn gevoelens voor haar weg en ging verder. Maar nog geen jaar later kwam ik haar weer tegen. Ik stond op het punt op kerkkamp te gaan en was toegewijd aan God maar dat veranderde tijdens dat weekend doordat ik me realiseerde dat ik echt niet op mannen viel. Ik kwam terug van dat kamp, wilde mijn ontdekking delen met één van mijn allerbeste vrienden en appte hem om, zoals we zo vaak deden, gezellig een bakje met een sigaretje erbij te doen. Zijn reactie vergeet ik nooit weer. Nu ik er aan terugdenk, springen de tranen opnieuw in mijn ogen. Zelfs na vier en een half jaar doet het nog steeds pijn.

Geen idee wat ik verkeerd gedaan had. Ik deed altijd alles uit liefde voor anderen maar ondanks dat was ik kennelijk de grootste oplichtster op aarde en had ik geen bestaansrecht. Hoewel ik in eerste instantie dacht dat het een grap was, bleek het het begin van mijn grootste nachtmerrie te zijn. Ik schreeuwde het uit naar God, maar het leek alsof de hemelpoort zich voor mij gesloten had en dus concludeerde ik dat God mij wel moest haten. M