Het Homodebat: de Bijbel en homoseksualiteit

Matthew Vines - vertaling Walter M. Brands.

Matthew Vines is de oprichter en uitvoerend directeur van The Reformation Project en de auteur van God and the Gay Christian: The Biblical Case in Support of Same-Sex Relationships. Hij woont in Dallas, Texas.


Matthew studeerde van 2008 tot 2010 aan de Harvard University. Daarna nam hij verlof om de Bijbel en homoseksuele relaties te onderzoeken en te werken aan inclusiviteit van LGBTQ in de kerk. In maart 2012 hield Matthew een toespraak in een kerk in zijn geboorteplaats Wichita, Kansas, over de Bijbel en homoseksuele relaties, waarin hij riep op tot acceptatie van homoseksuele christenen en hun huwelijksrelaties. Hieronder vind je een vertaling van de transcriptie van zijn toespraak. De toespraak is ook terug te kijken op Youtube.

Oké, om te beginnen, bedankt allemaal voor jullie komst vanavond – ik waardeer dat enorm – en ben blij dat jullie bereid zijn om meer over dit onderwerp te weten te komen. Ook wil ik College Hill United Methodist graag bedanken voor hun liefdevolle inzet om deze bijeenkomst mogelijk te maken. Mijn naam is Matthew Vines. Ik ben 21 jaar oud en ik volg een studie aan de universiteit. De afgelopen twee jaar ben ik echter vooral druk geweest met het bestuderen van materiaal dat ik jullie vanavond zal presenteren. Ik ben hier in Wichita geboren en opgegroeid, in een liefdevol christelijk gezin en in een kerkelijke gemeente die Gods Woord over dit onderwerp op een traditionele manier uitlegt.


Deze toespraak is als volgt opgebouwd. Eerst wil ik stilstaan bij een aantal bredere kwesties en argumenten die achter deze discussie schuilgaan. Vervolgens zal ik inzoomen op de belangrijkste Bijbelteksten met betrekking tot dit onderwerp. Tot slot geef ik een aantal concluderende opmerkingen. Kwesties rond homoseksualiteit, de bevestiging van homoseksuele ambtsdragers en de (in)zegening van huwelijken van mensen van gelijk geslacht, hebben in afgelopen decennia voor een enorme verdeeldheid in de kerk gezorgd, en ook vandaag de dag is er een diepe kerkelijke verdeeldheid over deze onderwerpen. Aan de ene kant zijn er gelovigen die voor verandering van de kerkelijk leer over homoseksualiteit zijn. Veel gebruikte argumenten hiervoor zijn acceptatie, eenheid

en liefde. Aan het andere uiteinde zijn er gelovigen die tegen deze veranderingen zijn. Deze groep handelt veelal vanuit bezorgdheid over seksuele zuiverheid en heiligheid en, als belangrijkste grond, de positie van de Schrift in de kerkleer. Blijven we de Bijbel hooghouden als gezaghebbend Woord van God, en nemen we Zijn lessen serieus, ook als we ons er ongemakkelijk bij voelen?


Ik wil vanavond als eerste stilstaan bij de traditionele uitleg van de Bijbel over dit onderwerp. Dat doe ik omdat deze uitleg een lange geschiedenis heeft binnen de kerk. Maar ik begin hier ook mee omdat gelovigen die deze uitleg volgen, het gevoel hebben dat gelovigen die anders over dit onderwerp denken hiervoor nog geen goede Bijbelse argumenten hebben gegeven. Geen argumenten die net zo op Gods Woord zijn gefundeerd als de traditionele uitleg, die in hun ogen dan ook als enige echt betrouwbaar is.


De traditionele uitleg komt, samengevat, op het volgende neer: er staan zes passages in de Bijbel die op de een of andere manier verwijzen naar homoseksueel gedrag, en al deze teksten zijn negatief. Drie van de teksten zijn direct en duidelijk. In het Oude Testament, in Leviticus, wordt seksuele gemeenschap tussen twee mannen verboden en een “gruweldaad” genoemd. In het Nieuwe Testament, in Romeinen, schrijft Paulus over vrouwen die de “natuurlijke omgang hebben verruild voor de tegennatuurlijke” en over mannen die de “natuurlijke omgang met vrouwen hebben losgelaten” en “in hartstocht voor elkaar zijn ontbrand”. Daaruit blijkt, volgens de traditionele Bijbeluitleg, dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament eensgezind zijn in het veroordelen van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Maar het blijft niet bij deze drie teksten, ook de drie andere teksten, waarop ik later terugkom, spelen hierin een rol. Het klopt dat het slechts 6 verzen zijn, terwijl de Bijbel in totaal zo’n 31.000 verzen telt. Maar het punt in de traditionele uitleg is niet alleen dat deze zes teksten stuk voor stuk negatief zijn, maar ook dat ze gegrond zijn in een bredere uitleg en context vanuit de eerste hoofdstukken van Genesis. Hier schept God Adam en Eva, man en vrouw. Dat was de oorspronkelijke schepping, voor de zondeval, voordat zonde de wereld in kwam.Dat was hoe Gods schepping bedoeld was. Vanuit dit gezichtspunt is iemands homoseksuele geaardheid daarom een gevolg van de zondeval, een teken van de val en gebrokenheid van de mensheid. Dat is niet hoe Gods schepping bedoeld was. Volgens deze uitleg is een homoseksuele geaardheid in zichzelf geen zonde, maar deze in praktijk brengen wel. Want de Bijbel is volgens deze traditionele uitleg duidelijk, over wat er verboden is, én over wat er is goedgekeurd. Christenen die homo zijn – die zich alleen aangetrokken voelen tot mensen van hetzelfde geslacht – wordt dan ook opgedragen om hun geaardheid niet te praktiseren, zichzelf te verloochen, het kruis op zich te nemen en Christus te volgen. En hoewel dit voor mensen oneerlijk kan lijken, zijn Gods wegen hoger dan onze gedachten. Het is niet onze taak om vragen te stellen maar om God eerbiedig te volgen.


Binnen dit kader hebben homoseksuele gelovigen een probleem, maar alleen als ze seks willen met de verkeerde mensen. Zij zullen hierdoor al snel gezien worden als door lust gedreven, seksuele wezens. Dus, terwijl hetero mensen verliefd worden, trouwen en een gezin stichten, willen homoseksuele mensen alleen maar seks hebben. Maar iedereen heeft een seksuele geaardheid, en dat gaat niet alleen maar over seks. Hetero’s worden nooit echt gedwongen om na te denken over hun geaardheid als onderscheidende eigenschap, maar het is wel degelijk onderdeel van hen, en het bepaalt een groot deel van hun leven. Vanwege hun seksuele geaardheid zijn hetero’s in staat om verliefd te worden, om een langdurige relatie van liefde en trouw op te bouwen en om samen een

gezin te vormen. Een gezin gaat niet over seks, maar, voor velen van ons, hangt het wel af van het hebben van een levenspartner, een man of vrouw. Die basis is voor homoseksuele mensen hetzelfde als voor heteroseksuele mensen. Dat is ook voor homo’s de betekenis van seksuele geaardheid. Homo’s en lesbiennes zijn net zo goed in staat om romantisch lief te hebben en zichzelf te geven, als dat hetero’s dat zijn. De emotionele band die homokoppels delen, de kwaliteit van liefde, is identiek aan die van heterokoppels. Homo’s en Lesbiennes komen, net als de meesten van ons, uit een gezin, en ook zij verlangen er vaak naar om zelf een gezin te vormen.


Maar het gevolg van de traditionele uitleg is dat, terwijl hetero’s wordt verteld om lust, vluchtige relaties en veel wisselende contacten te vermijden, aan homo’s wordt verteld om helemaal geen romantische relaties aan te gaan. De heteroseksualiteit van mensen wordt in de basis gezien als een goede zaak, als een geschenk. Het kan op een zondige en onverantwoorde manier worden gebruikt, maar het kan ook worden ingezet voor, en gericht zijn op, een liefdevolle huwelijksrelatie die in de kerkelijke gemeenschap wordt gevierd en ingezegend. Homoseksuele mensen zijn net zo goed in staat om liefdevolle relaties aan te gaan, ze hebben hier net zoveel behoefte aan en verlangen net als heteroseksuele mensen naar relaties van liefde en trouw. Maar tegen hen wordt gezegd dat zelfs levenslange, toegewijde relaties zondig zijn omdat hun seksuele geaardheid compleet gebroken is. Het is geen kwestie van lust versus liefde, of van losse versus toegewijde relaties. De seksuele geaardheid van homo’s is zo gebroken, zo in de war, dat er niets goed uit voort kan komen – geen morele, goddelijke relatie kan er ooit uit ontstaan. En dus wordt hen verteld dat ze nooit een romantische band aan kunnen gaan die in hun gemeenschap zal worden gevierd; dat ze nooit een gezin zullen hebben.


Filippenzen 2:4 vertelt ons dat we niet alleen naar ons eigen belangen moeten kijken, maar ook die van de ander voor ogen moeten hebben. In Mattheus 5 zegt Jezus dat als iemand je vraagt om een mijl mee te gaan, je twee mijl met diegene mee moet gaan. Daarom vraag ik je nu: zou je even in mijn schoenen willen gaan staan en slechts een mijl met mij mee willen lopen, ook al voel je je daar een beetje ongemakkelijk bij? Ik ben homo. Ik heb er niet voor gekozen om homo te zijn. Ik zou er niet voor hebben gekozen. Niet omdat het per se slecht is om homo te zijn, maar omdat het buitengewoon lastig is, stressvol en moeilijk, en omdat het vaak zorgt voor isolement en eenzaamheid – anders zijn, je niet begrepen voelen, je niet geaccepteerd voelen. Ik ben opgegroeid

in een familie, zo liefdevol en stabiel als je je maar kunt voorstellen. Ik hou van mijn ouders en ik heb een sterke relatie met hen beiden. Ik ben nooit lastiggevallen of misbruikt toen ik opgroeide en ik had me niet meer ondersteuning en verzorging in mijn jeugd kunnen wensen. Ik heb nooit een relatie gehad en heb altijd geloofd in seksuele onthouding tot het huwelijk. Maar ik heb ook een diepgeworteld verlangen om ooit getrouwd te zijn, mijn leven met iemand te delen en een gezin te stichten.


Maar volgens de traditionele schriftuitleg ben ik, als christen, op een unieke wijze uitgesloten van de mogelijkheid voor liefde, voor gezelschap en voor een gezin. Maar in tegenstelling tot iemand die zich door God geroepen voelt om celibatair te leven, of in tegenstelling tot een hetero die gewoon de juiste partner niet kan vinden, voel ik geen speciale roeping tot het celibaat en vind ik misschien wel iemand waar ik van ga houden en met wie ik graag de rest van mijn leven wil doorbrengen. Als dat gebeurt, als ik verliefd op iemand wordt en als die liefde wederzijds is, dan is mijn enige keus volgens de traditionele uitleg, om weg te lopen, mijn hart te breken en me terug te trekken in isolatie. Alleen. Volgens de traditionele uitleg van de Bijbel is verliefd worden één van de ergste dingen die een homoseksueel mens kan overkomen. Je hart zal per definitie worden gebroken en je zult weg

moeten rennen, en dat elke keer dat je teveel om iemand anders begint te geven. Dus, terwijl je vrienden om je heen verliefd ziet worden, ziet trouwen en gezinnen ziet stichten, zal jij altijd buitengesloten blijven. Je zult nooit in die vreugde delen van een levenspartner of van je eigen kinderen. Je zult altijd alleen zijn.


Nou, zullen sommigen zeggen, dat is heel erg triest en dat spijt me, maar je mag je eigen gevoelens nooit boven het gezag van de Bijbel zetten om zo gelukkig te zijn. Het christelijke geloof gaat er niet om dat je gelukkig bent, het gaat niet om je persoonlijke vervulling. Zijn offer en lijden zijn een belangrijk onderdeel van het leven van een Christen, en als christenen zijn we geroepen om onszelf te verloochenen, ons kruis op te nemen en Hem te volgen. Dit klopt, maar dit verondersteld ook dat er geen enkele twijfel is over de juistheid van de traditionele Bijbeluitleg over dit onderwerp. Dát ga ik onder de loep nemen, en direct komen met die uitleg al twee belangrijke problemen naar voren. Het eerste probleem: in Mattheus 7, in de Bergrede, waarschuwt Jezus voor valse leraren. Hij legt ook uit hoe je kunt testen of onderwijs goed of slecht is. “Aan hun vruchten zul je ze herkennen”, zegt Hij. “Een goede boom draagt goede vruchten en een slechte boom draagt slechte vruchten. Een

goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen, en een slechte boom geen goede vruchten.” Goede leerstellingen hebben volgens Jezus goede gevolgen. Dat betekent niet dat het volgen van de christelijke leer altijd makkelijk zal zijn of zou moeten zijn. In de praktijk zijn veel van Jezus’ geboden helemaal niet zo makkelijk – de andere wang toekeren, je vijanden liefhebben, je leven geven voor je vrienden. Maar het zijn wel allemaal daden uit liefde. Daden die Gods liefde voor ons weerspiegelen, maar die ook de waarde en waardigheid van de mens en van het menselijk leven op een krachtige manier bevestigen. Goede lessen, hoe ingewikkeld ze ook zijn, vernietigen nooit de menselijke waarde en waardigheid. Ze kunnen niet tot een emotionele en geestelijke verwoesting leiden, of tot verlies van zelfvertrouwen en eigenwaarde. Dat zijn echter wel de gevolgen van de traditionele Bijbeluitleg voor homoseksuele gelovigen. Het leidt voor hen niet tot goede vruchten maar zorgt voor onmetelijke pijn en lijden in hun levens. Als we Jezus’ woorden serieus zouden nemen dat slechte

vruchten niet van een goede boom kunnen komen, dan zouden we ons serieus moeten afvragen of de traditionele Bijbeluitleg wel juist is.


Het tweede probleem dat al meteen naar voren komt bij de traditionele Bijbeluitleg, ontstaat wanneer we de eerste hoofdstukken van Genesis lezen, het verslag van de schepping van Adam en Eva. Dit verhaal wordt vaak aangehaald als argument tegen de inzegening van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. In het begin schiep God een man en een vrouw, en twee mannen of twee vrouwen zou een afwijking zijn van dat originele ontwerp. Dit Bijbelverhaal verdient echter meer aandacht. In de eerste twee hoofdstukken van Genesis schept God de hemel en de aarde, planten, dieren, de mens en alles op aarde. Hij verklaart dat alles in de schepping goed, of zelfs héél goed is – behalve één ding. In Genesis 2:18 zegt God: “Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.” En ja, de geschikte helper die God dan maakt voor Adam is Eva,

een vrouw. Een vrouw is inderdaad een geschikte partner voor het overgrote merendeel van de mannen – voor heteromannen. Maar voor homomannen is dat niet het geval, voor hen is een vrouw geen geschikte partner. Op alle manieren dat een vrouw een geschikte partner is voor een heteroman, is een homoman een geschikte partner voor een andere homoman. En hetzelfde geldt voor lesbische vrouwen. Voor hen is een andere lesbische vrouw de meest geschikte partner. Maar het noodzakelijke gevolg van de traditionele Bijbeluitleg is dat homo’s, ook al kunnen ze een geschikte partner vinden, ze deze moeten afwijzen en hele leven alleen moeten leven, zonder echtgenoot en zonder een eigen gezin. Het allereerste wat God in Zijn Woord niet goed noemt - voor de mens om alleen te zijn - wordt in de traditionele Bijbeluitleg als goed bestempeld. En de vrucht van deze uitleg zorgt vervolgens voor diepe wonden en is vernietigend.


Dit is een groot probleem. Door vast te houden aan de traditionele uitleg spreken we nu de Bijbel zelf tegen. De Bijbel leert ons dat het niet goed is dat de mens gedwongen wordt om alleen te zijn, en toch leggen we uit dat dat wel zo is. De Bijbel leert ons dat goede lessen goede vruchten voortbrengen, maar nu het tegengestelde gebeurt zeggen we dat het geen probleem is. Hier is iets niet op orde; iets niet op zijn plaats. En het is vanwege deze problemen en tegenstrijdigheden dat steeds meer christenen teruggaan naar Gods Woord en de zes verzen onderzoeken, die aan de basis staan van de absolute veroordeling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Kunnen we teruggaan, kunnen we deze verzen van dichtbij bekijken en ontdekken wat we kunnen leren als we ze nader bestuderen?


Om welke zes verzen gaat het dan? Het gaat om drie verzen uit het Oude Testament en drie uit het Nieuwe Testament. Ik ga in op deze verzen in de volgorde zoals ze in de Bijbel staan. In het Oude Testament lezen we in Genesis 19 het verhaal van de vernietiging van Sodom en Gomorra. Ook lezen we twee verboden, in Leviticus 18 en 20. In het Nieuwe Testament komen we een passage tegen van Paulus in Romeinen 1 en twee Griekse begrippen in 1 Korintiërs 6 en 1 Timotheüs 1.


Laten we beginnen om te kijken naar Genesis 19, de vernietiging van Sodom en Gomorra. In Genesis 18 komen God en twee van Zijn engelen in de gedaante van drie mannen op bezoek bij Abraham en Sara in hun tent bij de Dode Zee. Abraham en Sara beseffen nog niet wie hun gasten zijn, maar ze tonen toch op uitbundige wijze hun gastvrijheid. Halverwege het hoofdstuk zegt God – die hij nu begint te herkennen – tegen Abraham: “Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die ik over hen gehoord heb gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil ik weten.” De neef van Abraham, Lot, en zijn gezin wonen in Sodom, en dus onderhandelt Abraham met God. Hij krijgt Hem zover dat Hij de stad niet zal treffen als Hij zelfs maar tien rechtvaardige

mensen in de stad vindt.


Aan het begin van het volgende hoofdstuk, in Genesis 19, komen de twee engelen in Sodom aan, nog altijd in de vorm van mannen. Lot nodigt ze uit om bij hem thuis te overnachten en hij maakt een maaltijd voor hen klaar. Maar dan, vanaf vers 4, lezen we het volgende: “Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. “Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zij hij. ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die

mannen met rust, ik heb hun niet voor niets een veilig onderkomen geboden.’”


Maar de mannen blijven dreigen en dus slaan de engelen hen met blindheid. Lot en zijn gezin vluchten dan uit de stad, en God vernietigd Sodom en Gomorra met vuur en zwavel. Oorspronkelijk werd aangenomen dat de vernietiging van Sodom en Gomorra helemaal niets met seksualiteit te maken had, ook al is er een seksuele component in de passage die we zojuist lazen. Maar vanaf de middeleeuwen begon men algemeen te geloven dat de zonde van Sodom, de reden waarom Sodom werd vernietigd, vooral homoseksualiteit was. Deze latere interpretatie heeft eeuwenlang de overhand gehad en leidde zelfs tot de uitdrukking ‘sodomie’. Deze term verwijst strikt genomen naar elke vorm van ‘niet-voortplantend seksueel gedrag’ maar op verschillende momenten in de geschiedenis verwijst ‘sodomie’ vooral naar seksuele relaties tussen mannen onderling. Dit is echter niet meer de heersende uitleg van deze tekst. Bovendien, het simpele feit dat latere generaties de

tekst associëren met homoseksualiteit, betekent niet dat dat is wat de Bijbel zelf ons leert. In de tekst dreigen de mannen van Sodom met groepsverkrachting van Lots engelengasten, die in de vorm van mannen zijn langsgekomen, en dus zou dit gedrag op het eerste gezicht tussen mensen van gelijk geslacht zijn. Dat is echter het enige verband dat kan worden gelegd tussen deze passage en homoseksualiteit in het algemeen. Er is een wereld van verschil tussen gewelddadige en dwingende praktijken zoals groepsverkrachting, en monogame, liefdevolle relaties die uitgaan van wederzijdse instemming. Niemand in de kerk of daarbuiten pleit voor de acceptatie van groepsverkrachting. Dat is iets heel anders dan waar wij het hier over hebben.


‘Maar de mannen van Sodom wilden andere mannen verkrachten, dus ze moeten wel homo zijn’, zullen sommigen beweren. En: ‘Het waren de verlangens naar andere mannen, en niet alleen hun dreigende verkrachting, die God bestrafte.’ Maar, groepsverkrachting van mannen door mannen, was in de oudheid een gebruikelijke tactiek voor vernedering en agressie, in oorlogsvoering en in andere vijandige situaties. Het had niets te maken met seksuele geaardheid of aantrekkingskracht; het ging om beschamen en overwinnen. Dat is de juiste context voor het lezen van dit verhaal in Genesis 19. Een context die vooral in contrast staat met twee passages over een genereus welkom en over gastvrijheid – van Abraham en Sara in Genesis 18 en van Lot zelf in Genesis 19. De acties van de mannen van Sodom zijn bedoeld om hun wrede behandeling van buitenstaanders te onderstrepen, niet om ons op de een of andere manier te vertellen dat ze homo waren.


En inderdaad, er wordt verderop in de Bijbel 20 keer verwezen naar Sodom en Gomorra, soms met gedetailleerd commentaar op hun zonden, maar homoseksualiteit wordt daarin nooit genoemd of daarmee in verband gebracht. In Ezechiël 16:48,49 citeert de profeet God die zegt: “je zuster Sodom en haar dochters hebben zich niet zo slecht gedragen als jij en je dochters. Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen. “ Dus God zelf verklaart in Ezechiël dat de zonde van Sodom arrogantie en gevoelloosheid jegens de armen is. In Mattheus 10 en in Lukas 10 brengt Jezus de zonde van Sodom in verband met een niet-gastvrije behandeling van zijn discipelen. Van alle 20 verwijzingen naar Sodom en Gomorra in de Bijbel, verbindt er slechts één hun zonden met seksuele overtredingen in het algemeen. Het nieuwtestamentische boek Judas, vers 7, stelt dat Sodom en Gomorra “ontucht pleegden en achter wezens aanliepen die anders waren als zijzelf”. Er zijn veel vormen van ontucht en perversie. Zelfs als Judas 7 wordt opgevat als specifiek verwijzend naar de bedreigende groepsverkrachting uit Genesis 19:5, dan heeft dat nog altijd niets te maken met het soort relaties waar we het hier samen over hebben.


Het is nu een breed gedragen overtuiging, onder geleerden aan beide uiteinden van het debat, dat Sodom en Gomorra geen Bijbels bewijs leveren die de leerstelling ‘homoseksualiteit is een zonde’ ondersteunen. Maar, de volgende twee verzen uit Leviticus: “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk” worden nog steeds regelmatig aangehaald om dat geloof hoog te houden. Er is zeker wat voor te zeggen dat deze teksten relevanter zijn voor deze kwestie dan de kwestie van groepsverkrachting, dus deze woorden verdienen onze studie en aandacht. Om even een stap achteruit te zetten en wat context te geven: Leviticus is het derde boek van de Bijbel. We hebben Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Vanaf Exodus en doorgaand tot Deuteronomium, overhandigd God de Wet aan de Israëlieten. Een Wet die in totaal 613 regels bevat.


Het boek Leviticus behandelt met name de ceremoniële zaken die verband houden met de aanbiddingsrites in de tabernakel; de verschillende offergaven en hoe ze bereid moeten worden, rein versus onrein voedsel, ziekten en lichamelijke ontladingen, seksuele taboes en regels voor priesters. Hoofdstuk 18 van Leviticus bevat en lijst met seksuele verboden en hoofdstuk 20 verbindt hieraan een lijst met straffen. In deze hoofdstukken wordt geslachtsgemeenschap tussen mannen onderling verboden, en de straf voor overtreders van deze regel is de dood. De specifieke verzen zijn Leviticus 18:22 en 20:13. Daar staat: “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk” en verder in 20:13: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.”


Welnu, daar hebben we het – voor velen is de Bijbelse discussie nu voorbij. Het is verrassend dat zoveel mensen blijven geloven dat deze verzen in Leviticus op de één of andere manier de kern vormen van het theologische debat over homoseksualiteit. Ze zijn in feite van ondergeschikte belang ten opzichte van de latere woorden van Paulus in Romeinen 1. De reden daarvoor is niet dat hun betekenis onduidelijk is maar wel dat hun context binnen een oudtestamentische wet ze niet toepasbaar maakt op christenen. Een groot deel van het Nieuwe Testament gaat over de plaats van het Oude Testament in de opkomende christelijke kerk. Toen voor het eerst heidenen werden opgenomen in wat voorheen een exclusief Joods geloof was, ontstonden er heftige debatten en verdeeldheid onder de vroege Joodse christenen, over de vraag of heidense bekeerlingen de Wet, met meer dan 600 regels, moesten volgen. In Handelingen 15 lezen we hoe dit debat werd opgelost. In het jaar 49 na Christus kwamen vroege kerkleiders bijeen bij wat later het Concilie van Jeruzalem werd genoemd, en ze besloten dat de oude Wet niet bindend zou zijn voor niet-Joodse gelovigen. De meest cultureel-onderscheidende onderdelen van die Oude Wet waren de ingewikkelde koosjere voedingsvoorschriften van de Israëlieten en de praktijk van besnijdenis bij mannen. Maar na de uitspraak van het Concilie van Jeruzalem waren zelfs die centrale delen van de Israëlitische identiteit en cultuur niet langer van toepassing op christenen. Hoewel het tegenwoordig een veelgebruikt argument is, is er geen reden om aan te nemen dat deze twee verzen uit de Oude Wet in Leviticus, op de een of andere manier van toepassingen zouden zijn gebleven op christenen, terwijl andere prominentere delen van de Wet dat niet meer zijn.


In Galaten 6 gaat Paulus zo ver door te zeggen dat het “volkomen onbelangrijk is of men wel of niet besneden is”. Hij spreekt over de Oude Wet als een slavenjuk en waarschuwt christenen om er niet door te worden belast. In Colossenzen 2 schrijft Paulus dat God, door Christus, “ons al onze zonden kwijtschold en het document met voorschriften, waarin wij werden aangeklaagd, heeft uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen.” In de Evangeliën beschrijft Jezus zichzelf als de vervulling van de Wet en in Romeinen 10:4 schrijft Paulus: “De Wet vindt zijn doel in Christus.“ Hebreeën 8:13 stelt dat het oude verbond nu “verouderd en versleten” is, omdat Christus de basis is van het nieuwe verbond, waardoor christenen worden bevrijd van het systeem van de oude Wet met regels die voor een groot deel specifiek voor Israëlieten, hun gemeenschap en hun unieke eredienst waren. Christenen hebben zeker het boek Leviticus altijd beschouwd als niet van toepassing op henzelf in het licht van Christus’ vervulling van de Wet. Dus, hoewel het waar is dat Leviticus seksuele relaties tussen mannen verbiedt, verbiedt het ook een breed scala aan gedragingen, activiteiten en voedingsmiddelen die christenen nooit als verboden hebben beschouwd. Hoofdstuk 11 van Leviticus verbiedt bijvoorbeeld het eten van varkensvlees, garnalen en kreeft, iets wat de kerk niet als zonde beschouwt. Hoofdstuk 19 verbiedt het planten van twee soorten zaad op hetzelfde veld, het dragen van kleding die is geweven van twee soorten materiaal en het knippen van het haar aan de zijkanten van het hoofd. Christenen hebben nooit één van deze dingen als zondig beschouwd, omdat Christus’ dood aan het kruis hen bevrijdde van wat Paulus het “slavenjuk” noemde. We zijn niet onderworpen aan de oude Wet.


Maar de oude Wet bevat ook een aantal regels die christenen nog steeds naleven, de tien geboden bijvoorbeeld. En dus beweren sommigen dat Leviticus 18 en 20 – het verbod op relaties tussen mannen onderling – een uitzondering op de regel zouden moeten zijn, en dat deze wet vandaag de dag voor christenen van kracht blijft. Er zijn drie belangrijke argumenten die hiervoor worden opgevoerd. De eerste is de onmiddellijke context van de verzen: Leviticus 18 en 20 verbieden ook overspel, incest en bestialiteit, zaken die allemaal als zondig worden beschouwd, en dus zou homoseksualiteit dat ook moeten zijn. Maar, slechts 3 verzen verwijderd van het verbod op seksueel contact tussen mannen onderling, in 18:19, wordt seksuele omgang tijdens de menstruatie van een

vrouw ook verboden, en ook dit wordt gruwelijk genoemd aan het eind van het hoofdstuk. Dit wordt door christenen echter niet als zondig gedrag beschouwd, maar eerder als een beperkende kwestie van ceremoniële reinheid voor de oude Israëlieten. Daar waar alle andere categorieën verboden in deze hoofdstukken, zoals overspel, incest en bestialiteit, in de rest van het Oude Testament meerdere keren worden herhaald, zowel binnen de wet als daarbuiten, in Exodus, Numeri, Deuteronomium en Ezechiël, komt het verbod op seksuele relaties tussen mannen alleen in Leviticus voor. En dat dus naast vele tientallen andere verboden die christenen nooit als van toepassing op hen hebben beschouwd.


‘Maar, het Oude Testament noemt het gruwelijk, en als het toen een gruwel was dan kan het nu zeker geen goede zaak zijn.’ De term “gruwelijk” wordt toegepast op een breed scala aan dingen in het Oude Testament – het eten van schaaldieren in Leviticus 11, het eten van konijn of varkensvlees in Deuteronomium 14; dit wordt allemaal gruwelijk genoemd. Zoals ik net al zei, seks tijdens de menstruatie van een vrouw wordt ook gruwelijk genoemd. De term “gruwel” wordt in het Oude Testament vooral gebruikt om praktijken te onderscheiden die veel voorkomen onder vreemde volken en die hen duidelijk onderscheiden van de Israëlieten. Dit verklaart waarom in Genesis 43:32 staat dat Egyptenaren het “afschuwelijk” vinden om samen met Hebreeën de maaltijd te gebruiken

en in Exodus 8:22 dat de Egyptenaren het “weerzinwekkend” zullen vinden als de Israëlieten offers brengen in hun bijzijn. Natuurlijk is er niets mis met de offers van de Israëlieten. Het probleem bij beide voorbeelden is dat ze de grenzen laten vervagen tussen praktijken die specifiek Israëlisch zijn en praktijken die buitenlands zijn. De aard van de term “gruwelijk” in het Oude Testament is opzettelijk cultuurgebonden. Het definieert religieuze en culturele grenzen tussen Israël en andere naties. Maar het is geen uitspraak over wat intrinsiek goed of slecht is, recht of krom. Daarom zijn er talloze onderwerpen waarop het Oude Testament betrekking heeft maar die al lang een geaccepteerd onderdeel vormen van een christelijk leven en geloofspraktijk.


‘Okay, maar er staat de doodstraf op. Dat geeft toch zeker aan dat het gedrag in de kwestie bijzonder slecht is, en dat we het dus nog steeds als zondig moeten beschouwen?’ Hiermee wordt voorbijgegaan aan de strengheid van alle andere straffen in de oude Wet. In het licht van de bedreigingen waar de Israëlieten mee te maken hadden, verhongering, ziekte, interne verdeeldheid en aanvallen van andere stammen, was het handhaven van orde en samenhang voor hen van het grootste belang. Daarom zullen bijna alle straffen in het Oude Testament op ons als behoorlijk hard overkomen. Een echtpaar dat seks heeft tijdens de menstruatie van de vrouw wordt definitief uit de gemeenschap verbannen. Als een dochter van de priester in de prostitutie vervalt dan wordt ze op de

brandstapel verbrand. Iedereen die de naam van de Heer ijdel gebruikt moet niet alleen worden berispt maar ook worden gestenigd. En iedereen die zijn ouders ongehoorzaam is moet ook worden gestenigd. Zelfs sommige kwesties die we helemaal niet als morele kwesties zien, kregen in het Oude Testament de doodstraf – volgens Exodus 35:2 was werken op de Sabbat een halsmisdaad. En in Ezechiël 18 wordt de doodstraf toegepast op iedereen die rente vraagt over een lening. Ook dit wordt aan het eind van de paragraaf “gruwelijk” genoemd. Het simpele feit dat op een overtreding in het Oude Testament de doodstraf stond betekent niet dat christenen het als zondig zouden moeten beschouwen. Er is teveel variatie om die uitleg consistent en effectief te laten blijken. Al bijna tweeduizend jaar is de standaard christelijke benadering dat de honderden specifieke regels en geboden in de Oude Wet zijn vervuld door de dood van Christus. Er is geen goede reden te vinden waarom Leviticus 18:22 en 20:13 hierop een uitzondering zouden vormen.


Dus, als onze drie oudtestamentische teksten na nader onderzoek geen overtuigende argumenten leveren tegen liefdevolle relaties tussen homoseksuele christenen, hoe zit het dan met onze drie nieuwtestamentische teksten? En inderdaad, iedereen die wat meer tijd heeft besteed aan het bestuderen van deze theologische kwestie weet dat de belangrijkste van de zes teksten niet in het Oude Testament staan maar dat deze naar voren komt in het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan de kerk in Rome: specifiek Romeinen 1:26-27. Deze passage is om drie redenen het meest significant: ten eerste, het staat in het Nieuwe Testament en ondervindt daarom niet dezelfde problemen wat betreft context en toepasbaarheid als Leviticus; ten tweede spreekt het, in tegenstelling tot Leviticus, over zowel mannen als vrouwen; en ten derde, ook al is het met twee verzen nog steeds niet erg lang, het is de langste discussie over enige vorm van seksueel gedrag tussen mensen van gelijk geslacht in de hele Schrift. Omdat deze twee verzen zijn ingebed in een bredere theologische uitleg over afgoderij die enigszins complex is, wil ik aan deze tekst meer aandacht besteden dan aan andere teksten.


Paulus begint zijn brief in Romeinen 1-3 met een beschrijving van de zondigheid van de hele mensheid, zowel Jood als heiden, en de universele behoefte aan een redder. Tegen het einde van Romeinen 3, in vers 23, staan de bekende woorden: “Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” In Romeinen 3:10 zegt Paulus: “Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet één.” Als opbouw naar deze boodschap betoogt Paulus in hoofdstuk 2 dat, hoewel Joden de Wet hebben, ze deze nog steeds niet goed genoeg naleven om hun redding op eigen kracht te verdienen. Maar in hoofdstuk 1 begint hij met een bredere beschrijving van de ongerechtigheid van de mensheid en in Romeinen 1:18-32 schrijft Paulus over het wegzakken van de heidenen in afgoderij en de gevolgen die het voor hun heeft dat zij God hebben verworpen. Hij schrijft dat ze de waarheid van God kenden

maar dat zij die verwierpen. Zij ruilden de waarheid voor een leugen, en aanbaden en dienden schepselen in plaats van de Schepper – vogels, dieren en reptielen. En dus, omdat ze God hadden opgegeven, liet Hij hun op Zijn beurt gaan – Hij liet ze zonder Hem leven en gaf ze over, zo staat er, aan en breed scala van zonden en hartstochten. Tot deze hartstochten behoorden ook enkele vormen van wellustig gedrag tussen mensen van gelijk geslacht. In de verzen 26 en 27 lezen we het volgende:

“Daarom [verwijzend naar hun afgoderij] heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.

Nou, zo lijkt het, nu kan de discussie eindelijk gesloten worden. Hoewel de verzen in Leviticus niet van toepassing zijn op christenen hebben we hier Paulus die expliciet onderwijst over de onaanvaardbaarheid en zondigheid van homoseksuele relaties. En, hoewel hij het alleen heeft over hartstochtelijk gedrag, en niet over liefdevolle relaties, bestempelt hij homoseksuele relaties wel als onnatuurlijk. Ze vallen buiten Gods natuurlijke ontwerp, dat werd uitgezet in Genesis 1 en 2, en uitsluitend heteroseksueel is. Dus, zelfs als een relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht liefdevol en toegewijd is, is het nog steeds zondig. Dat is de traditionele uitleg van Romeinen 1:26-27.


Hoe solide is deze uitleg? Moeten we vanwege deze tekst de mogelijkheid van liefdevolle relaties voor homoseksuelen afwijzen, en zo ja, hoe logisch is dat gezien de problemen rond die uitleg, die ik eerder heb uiteengezet? Was de bedoeling van Paulus hier om te onderwijzen dat God wil dat homo’s hun hele leven alleen zijn, omdat hun seksuele geaardheid is gebroken en buiten Zijn geschapen, natuurlijke ontwerp valt?


Hoe we deze passage interpreteren hangt voor een groot deel af van hoe we de betekenis van de woorden “natuurlijk” en “tegennatuurlijk” interpreteren. Voor degenen die vasthouden aan de traditionele uitleg wordt over het algemeen aangenomen dat deze woorden terugverwijzen naar Genesis 1 en 2, en dat ze bedoeld zijn om heteroseksualiteit te definiëren als Gods natuurlijke ontwerp en homoseksualiteit als een onnatuurlijke verstoring van dat ontwerp. Maar nogmaals, nader onderzoek ondersteunt die uitleg niet. Om te begrijpen wat Paulus met deze woorden bedoelt moeten we twee dingen in ogenschouw nemen. Ten eerste moeten we naar de bredere context van deze tekst kijken om te zien hoe deze passage daarin functioneert. Ten tweede moeten we onderzoeken hoe Paulus dezelfde woorden in andere brieven gebruikt, en hoe ze in het algemeen, op grote schaal werden toegepast op seksueel gedrag, specifiek in de oudheid.


Allereerst de context van deze tekst. In Romeinen 1:18-32 maakt Paulus een breder statement over afgoderij, en in dat statement zit een zeer precieze logica. De reden, zegt hij in vers 18-20, waarom de daden van de afgodendienaars afkeurenswaardig zijn, is dat ze God kennen. Ze begonnen met de kennis van God maar ze kozen er voor om Hem af te wijzen. Paulus schrijft: “wat een mens over God kan weten is hun bekend, omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in Zijn werken, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn.” De afgodendienaars hebben geen excuus, omdat ze de waarheid kenden, ze begonnen met de waarheid maar ze verwierpen die. De daaropvolgende woorden van Paulus over seksueel gedrag volgen hetzelfde patroon. De vrouwen, zegt hij, “verruilden” hun natuurlijke omgang voor de tegennatuurlijke. En de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen “losgelaten” en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Zowel de mannen als de vrouwen begonnen met heteroseksualiteit – ze waren er van nature toe geneigd, net zoals ze van nature geneigd waren tot de kennis van God – maar ze verwierpen hun oorspronkelijke, natuurlijke neigingen voor datgene wat onnatuurlijk was. Voor hen was dat seksueel gedrag met mensen van hetzelfde geslacht. De les van Paulus over afgoderij vereist dat er sprake is van uitwisseling; de reden, zegt hij, dat afgodendienaars schuldig zijn, is dat ze eerst God kenden maar zich daarna van Hem afkeerden en Hem inwisselden voor afgoden. Paulus’ verwijzing naar seksueel gedrag tussen mensen van gelijk geslacht is bedoeld om deze grotere zonde van afgoderij te illustreren. Maar om deze analogie voldoende kracht te geven, om hier een logisch punt te kunnen maken, moeten de mensen die hij beschrijft natuurlijk beginnen met heteroseksuele relaties en deze verlaten. En dat is precies zoals Paulus het beschrijft.


Maar, daar hebben wij het hier niet over. Homoseksuele mensen hebben een permanente, natuurlijke oriëntatie gericht op mensen van hetzelfde geslacht. Het is niet iets wat ze kiezen of wat ze kunnen veranderen. Ze verlaten of verwerpen heteroseksualiteit niet – het is geen optie waar ze eerst mee kunnen beginnen. Als deze tekst wordt toegepast op homoseksualiteit dan zou het argument wat Paulus hier geeft eigenlijk juist twee kanten op werken. Als het doel van deze passage is om mensen te bestraffen die hun ware aard hebben afgewezen, of het nu religieus is met betrekking tot afgoderij of seksueel, dan zouden heteroseksuelen niet alleen geen relatie met mensen van gelijk geslacht mogen hebben, maar dan zouden ook homoseksuelen geen relatie mogen hebben met iemand van het andere geslacht. Voor hen zou dan ook gelden dat het ‘natuurlijke’ wordt verruild voor het ‘tegennatuurlijke’. Mensen kunnen een verschillende natuur hebben als het gaat om seksuele geaardheid.


Maar is dit niet gewoon een slim argument zonder fundering op de historische context van Paulus en zijn wereld, en die daarom een interpretatie oplevert die Paulus die oorspronkelijk nooit zo bedoeld kan hebben? Het concept van seksuele geaardheid is immers zeer recent; het werd pas in de afgelopen eeuw ontwikkeld en pas in de laatste decennia algemeen begrepen. Hoe kunnen we dus onze moderne definities en inzichten gebruiken om een tekst te interpreteren die daar zoveel tijd van verwijderd is? Maar, juist die grote verwijdering is het punt. In de oudheid werd homoseksualiteit in het algemeen niet beschouwd als een andere seksuele geaardheid of iets dat inherent is aan een kleine minderheid van mensen, maar als een overdaad aan lust en hartstocht waar ieder mens vatbaar voor kon zijn als hij of zij zich teveel zou laten gaan. Hier volgen een paar citaten om dat te illustreren. Een bekende Griekse filosoof uit de eerste eeuw, genaamd Dio Chrysostomos, schreef het volgende:

“De man wiens lust in zulke dingen onverzadigd is [verwijzend naar heteroseksuele relaties] … zal
minachting hebben voor de gemakkelijke verovering, en de liefde van een vrouw honen, als iets dat te makkelijk wordt gegeven … en zal zijn aanval richten op de mannelijke vertrekken … in de overtuiging dat hij bij hen een vorm van genot zal vinden dat lastig en slechts met moeite te verkrijgen is.

Een christelijke schrijver uit de vierde eeuw schreef over seksueel gedrag tussen mensen van gelijk geslacht: “Je zult zien dat al dit verlangen voortkomt uit een hebzucht die niet binnen de gebruikelijke grenzen zal blijven.” Het opgeven van heteroseksuele relaties voor lust van hetzelfde geslacht werd vaak vergeleken met gulzigheid bij eten of drinken. Seksualiteit werd gezien als een spectrum, waarbij relaties tussen mensen van verschillend geslacht werden gezien als van een ‘gematigd’ niveau van verlangen, en relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht als product van een buitensporige hoeveelheid verlangen. Persoonlijke oriëntatie had er niets mee te maken. Binnen deze culturele context werden seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, zoals ik al zei, geassocieerd met het toppunt van overdaad en lust, en daarom haalt Paulus ze erbij in Romeinen 1. Zijn doel is om hiermee te laten zien dat afgodendienaars werden overgeleverd aan ongebreidelde hartstocht, en hij schetste een beeld van seksuele chaos en overdaad om dat te illustreren. Dat beeld komt volledig overeen met hoe er destijds algemeen tegen homoseksuele relaties werd aangekeken. Maar, de enige reden dat een verwijzing naar seksuele relaties tussen mensen van gelijk geslacht Paulus hier helpt om de algemene seksuele chaos te beschrijven, is dat de mensen die hij beschrijft eerst zijn gestart in heteroseksuele relaties en die vervolgens, in een uitbarsting van lust, in de steek hebben gelaten en voor iets anders hebben ingewisseld.


Het is veelzeggend dat Paulus hier alleen spreekt over wellustig, nonchalant gedrag. Hij zegt niets over de mensen in kwestie die verliefd worden, een levenslange verbintenis met elkaar aangaan en samen een gezin stichten. Het zou niet in ons opkomen om, op basis van een Bijbeltekst over heteroseksuele lust en veel wisselende seksuele contacten, alle huwelijksrelaties van heteroseksuele christenen te veroordelen. Er is een enorm verschil tussen lust en liefde als het gaat om onze seksualiteit, tussen losse en toegewijde relaties, tussen wisselende seksuele contacten en monogamie. Dat verschil heeft altijd centraal gestaan in de christelijke leer over seksuele ethiek voor heteroseksuele christenen. Waarom zou dat verschil niet centraal staan als het gaat om homoseksuele christenen? Hoe kunnen we op basis van een Bijbeltekst over homoseksuele lust en wisselende seksuele contacten, relaties van liefde en trouw tussen mensen van gelijk geslacht veroordelen? Dat is een heel andere norm dan wie we toepassen op heteroseksuele christenen.


En nogmaals, het belangrijkste argument dat wordt aangevoerd om deze andere standaard te ondersteunen, is dat Paulus niet alleen de lusten tussen mensen van gelijk geslacht veroordeeld, maar dat hij ook de verlangens tussen mensen van gelijk geslacht ‘onterend’ noemt en homoseksuele relaties als “tegennatuurlijk” bestempelt. Ik heb natuurlijk al uitgelegd dat de term “tegennatuurlijk” betekent dat de afgodendienaars opzettelijk hun natuurlijke verlangens afwijzen. En zo functioneert deze term binnen de Bijbeltekst als geheel en weerspiegelt dit het inwisselen van God voor afgoden door de afgodendienaars. Voor we deze tekst achter ons laten moeten we ook meewegen hoe Paulus in zijn andere brieven gebruik maakt van de termen “natuurlijk” en “tegennatuurlijk”, en hoe deze termen in die tijd in het algemeen werden toegepast op seksueel gedrag.


Één van Paulus’ belangrijkste verwijzingen naar ‘natuur’ buiten Romeinen 1 is te vinden in 1 Korintiërs 11. In vers 13-15 schrijft hij:

“Oordeelt u daarom zelf. Is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? Leert de
natuur zelf u niet dat lang haar een man te schande maakt, terwijl het een vrouw tot eer strekt? Het haar van de vrouw is haar gegeven om een hoofdbedekking te dragen.

Deze tekst in het Nieuwe Testament lijkt eigenlijk nog het meest op Romeinen 1:26-27, omdat Paulus hier niet alleen verwijst naar “natuur” maar ook over het concept “schande” spreekt. Hij gebruikt hiervoor hetzelfde woord als in Romeinen 1, wat daar vertaald is met “onterend”. Maar, de manier waarop we beide woorden interpreteren in 1 Korintiërs 11 is heel anders dan de traditionele interpretatie van Romeinen 1. Eén van de meest voorkomende betekenissen van het Griekse woord voor “natuur” is gewoonte, en zo wordt deze passage uit 1 Korintiërs 11 tegenwoordig veelal door christenen geïnterpreteerd. En de verwijzing naar wat een “schande” of “onterend” is wordt gezien als specifiek voor deze situatie vanwege bepaalde gebruiken. Dus, hoe we Paulus hier in 1 Korintiërs 11 interpreteren, komt op het volgende neer: “Bepalen de gewoonten van onze samenleving niet dat het als schandelijk wordt beschouwd dat een man lang haar heeft, maar dat het als eerbaar wordt gezien voor een vrouw?” Deze lezing komt overeen met de oude opvattingen in het Midden-Oosten over geslacht en haarlengte. Het is veel logischer dan de gedachte dat natuurlijke, biologische processen er toe zullen leiden dat mannen kort haar krijgen. Van nature wordt het haar juist lang.


Maar nogmaals, deze passage over haarlengte in 1 Korintiërs, komt het meest overeen met de brief van Paulus met daarin een passage over seksueel gedrag, in Romeinen 1. Dus, als we Paulus’ verwijzingen naar “natuur” en “schande” in 1 Korintiërs lezen als een verwijzing naar bepaalde gebruiken, waarom doen we dan niet hetzelfde bij Romeinen 1? En, die benadering zou ook feitelijk consistent zijn met hoe de termen “natuurlijk” en “tegennatuurlijk” door de oude Grieken en Romeinen werden gebruikt met betrekking tot seksueel gedrag, dit in tegenstelling tot de traditionele interpretatie van deze Bijbelwoorden. In die patriarchale samenlevingen, waarin

vrouwen als inferieur aan mannen werden beschouwd, werd het belangrijkste onderscheid qua seksueel gedrag niet gemaakt op basis van seksuele oriëntatie, maar eerder op basis van een actieve of passieve rol. De Grieken en Romeinen, samen met andere volkeren uit de tijd van de Bijbel, geloofden dat de natuurlijke, gebruikelijke rol van de man in seksuele relaties actief was, terwijl de rol van de vrouw passief was. Wanneer één van deze rollen werd omgekeerd – wanneer een man passief was of een vrouw actief – werd dat bestempeld als beschamend en “tegennatuurlijk” vanwege het schenden van de gebruikelijke genderrollen. Daarom werden mensen met een seksuele relatie met iemand van hetzelfde geslacht veelal “tegennatuurlijk” genoemd. Maar, net als de Griekse en Romeinse opvattingen over de juiste haarlengte, zijn hun opvattingen over genderrollen typisch voor de toen heersende patriarchale culturen. In beide gevallen gebruikt Paulus ingeburgerde termen om zo zijn lessen voor zijn doelgroep te verduidelijken. De bekende term “natuur” gebruikt hij zowel in Romeinen 1 als in 1 Korintiërs 11. Dus, als we consistent willen zijn én historisch accuraat in onze uitleg van de Bijbel, dan moeten we voor Romeinen 1 erkennen wat we voor 1 Korintiërs 11 ook erkennen: de term “natuur” verwijst hier naar een gewoonte, niet naar de biologische scheppingsorde. Het is een cultuurspecifieke term.


De twee overgebleven Bijbelteksten zijn minder van toepassing dan de andere, dus ik zal hier wat minder tijd aan besteden. Het betreft 1 Korintiërs 6:9 en 1 Timotheüs 1:10, en de discussie gaat hier over de vertaling van twee Griekse termen. In 1 Korintiers 6:9-10 waarschuwt Paulus mensen die geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God. In vers 10 somt hij dan verschillende soorten mensen op die geen deel aan Gods koninkrijk zullen hebben. Omdat de discussie hier over vertaling gaat begin ik met de (Engelstalige) King James versie van deze tekst, die meer dan 400 jaar geleden werd gepubliceerd en dus ouder is dan onze moderne discussie over homoseksualiteit. Daar staat:

“Know ye not that the unrighteous shall not inherit the kingdom of God? Be not deceived: neither fornicators, nor idolaters, nor adulterers, nor effeminate, nor abusers of themselves with mankind, nor thieves, nor covetous, nor drunkards, nor revilers, nor extortioners, shall inherit the kingdom of God.

Het gaat hier in de uitleg van Matthew Vines om Engelstalige Bijbelvertalingen. In de Nederlandse vertalingen komt het woord homoseksuelen ook in moderne vertalingen niet zo voor, maar in de interpretatie daarvan soms wel. Om context te geven vermeld ik hieronder de tekst in de versie van de Statenvertaling, de NBV en de Bijbel in gewone taal. Statenvertaling: “Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet: noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het koninkrijk Gods beërven.”

NBV: “Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers nog afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.”

BGT: “Jullie weten dat slechte mensen niet in Gods nieuwe wereld zullen komen. Vergis je niet: dat geldt voor alle mensen die verboden seks hebben, afgoden vereren, vreemdgaan, stelen, graaien, veel te veel drinken, of anderen uitschelden. En voor jonge mannen die zich voor seks laten betalen, en voor mannen die met hen naar bed gaan.”

De sleutelwoorden voor onze discussie hier zijn de woorden die in oud-Engels zijn vertaald als

“effeminate” en “abusers of themselves with mankind”. In het Nederlands kun je deze woorden vertalen als “verwijfd” en “misbruikers van zichzelf met mannen”. Deze ietwat dubbelzinnige vertalingen in de King James komen overeen met hoe deze woorden honderden jaren in het Engels werden vertaald, als een soort immoraliteit of misbruik. Maar specifiek welk soort immoraliteit of misbruik werd nooit vermeld. Halverwege de vorige eeuw veranderde dit toen sommige bijbelvertalers deze termen rechtstreeks met homoseksualiteit begonnen te verbinden. De eerste keer dat deze verschuiving plaatsvond was in (het Engels in) 1946, toen een vertaling van de Bijbel werd gepubliceerd waarin eenvoudig werd vermeld dat “homoseksuelen” het koninkrijk van God niet zullen beërven. Enkele decennia later, toen het onderscheid tussen seksuele geaardheid en seksueel gedrag beter werd begrepen, werd dit veranderd door te zeggen dat alleen "praktiserende homoseksuelen” geen deel aan het koninkrijk van God zullen hebben. Maar beide termen en concepten met betrekking tot seksuele geaardheid zijn de Bijbelse wereld volledig vreemd. Noch Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, noch Hebreeuws, de taal van het Oude Testament, noch Latijn, de taal van de vroegchristelijke vertalingen van de Bijbel, kenden een woord dat overeenkomt met ons Nederlandse woord voor homo. Het concept van seksuele geaardheid, en van homoseksualiteit in het bijzonder, bestond in de oudheid niet. De Engelse (en Nederlandse) term ‘homoseksueel’ was tot het eind van de 19e eeuw nog niet eens bedacht. En dus zijn vertalingen van deze woorden die suggereren dat Paulus deze moderne concepten en categorieën gebruikt hoogst verdacht. Maar tegenwoordig zijn er veel vertalingen van de Bijbel – hoewel zeker niet allemaal – die deze woorden op de één of andere manier in verband brengen met homoseksualiteit, en ze op verschillende manieren weergeven als “mannen die homoseksualiteit praktiseren, “mannen die seks hebben met mannen” of “schandknapen of mannelijke prostituees”. Waar komt deze verschuiving in de vertaling vandaan?


Het woord wat in de Statenvertaling vertaald wordt als “die bij mannen liggen” is een samengesteld woord. In het Grieks is het ‘arsenokoites’, bestaande uit ‘arsen’ wat mannelijk betekent en ‘koites’ wat bed betekent, meestal met een seksuele connotatie. En dus is het argument dat we de betekenis van dit woord kunnen bepalen aan de hand van de etymologie: mannelijk plus bed in de meervoudsvorm moet verwijzen naar mannen die met andere mannen slapen. Deze aanpak leidt echter tot verschillende problemen. Ten eerste zegt het kijken naar de verschillende onderdelen van een woord niet altijd wat het samengestelde woord betekent. Er zijn veel woorden waarbij deze aanpak zou falen: bijvoorbeeld de Engelse woorden ‘understand’, ‘butterfly’ en ‘honeymoon’. De

samengestelde delen ‘honey’ (honing) en ‘moon’ (maan) vertellen ons niets over wat het woord ‘honeymoon’ (huwelijksreis) betekent. Om te begrijpen wat een woord betekent moet je meenemen hoe het in de context wordt gebruikt. Het probleem met het woord ‘arsenokoites’, ”die bij mannen liggen”, is dat het in het oud-Grieks maar zelden werd gebruikt. Het gebruik door Paulus in 1 Korintiërs wordt zelfs beschouwd als het eerste geregistreerde gebruik van dit woord, waar dan ook. En ook na Paulus zijn de zeldzame plaatsen waar het woord wordt gebruikt, in lijsten met algemene ondeugden, niet de meest bruikbare context. Gelukkig zijn veel van deze lijsten wel gegroepeerd per categorie, en komt dit Griekse woord consequent voor bij zonden die vooral van economische aard zijn en dus niet bij de voornamelijk seksuele zonden. Dit gegeven, en enkele andere contextuele informatie, geven aan dat de term ‘arsenokoites’ verwijst naar een of andere vorm van economische uitbuiting, waarschijnlijk via seksuele middelen. Het kan dan gaan om vormen van seksueel gedrag tussen mensen van hetzelfde geslacht, maar in een context van dwang of uitbuiting. Er is geen contextuele reden om dit Griekse woord te koppelen aan relaties van liefde en trouw.


Het andere woord in deze Bijbeltekst, vertaald als “effeminate” in de King James versie (“verwijfd” in het Nederlands, in de Statenvertaling is dit woord vertaald als “ontuchtigen”) is het Griekse woord ‘malakos’. Dat was een veelvoorkomend woord in het oud-Grieks en het betekent letterlijk ‘zacht’. Het woord werd gebruikt als een belediging in veel verschillende situaties, en verwees naar iemand die als slap, laf of lui werd beschouwd. Al die tekortkomingen werden in de oudheid vooral in verband gebracht met vrouwen, vandaar de keuze in de King James vertaling voor “verwijfd”. In een specifieke seksuele context werd het woord gebruikt om algemene losbandigheid en seksuele uitspattingen te beschrijven, maar dit was niet beperkt tot een bepaald type relatie. Mannen die een passieve rol innamen in seksuele relaties werden soms met dit woord aangeduid, wat de reden is dat sommige moderne vertalers dit woord in verband brengen met homoseksualiteit. Maar er werden veel mensen met dit woord gelabeld, vaak om redenen die niet seksueel van aard waren, en daar waar dat wel het geval was ging het meestal om seksuele relaties van mannen met vrouwen. Daarom is er geen enkele valide reden om, kiezende uit al die tientallen mogelijke redenen, te verklaren dat Paulus bij deze woorden moet hebben gedacht aan homoseksualiteit. Het wijst op meer bijbelgetrouwheid om bij deze tekst terug te keren naar de dubbelzinnige uitleg, die in meer dan 1900 jaar aan vertalingen de overhand heeft gehad. De hypothese dat Paulus hier homo’s uitkiest en zegt dat ze geen deel hebben aan het koninkrijk van God houdt bij onderzoek van de Bijbel geen stand.


In de laatste van onze teksten, 1 Timoteus 1:10, komt het woord ‘arsenokoites’ terug, in de King James vertaald als “misbruikers van zichzelf met mannen”, in een lijst met mensen waarvan Paulus zegt dat de Wet er tegen is. De Statenvertaling heeft het hier over “die bij mannen liggen”. De vertaalproblemen en discussies zijn hier hetzelfde als voor 1 Korintiërs. Ook hier geldt dat de sterkste onderbouwing van het gebruik van dit woord op basis van andere bronnen verwijst naar economische uitbuiting door seksuele dwang, mogelijk door seksuele activiteiten door mensen van hetzelfde geslacht, maar dan wel in een heel andere context als waar we het hier samen over

hebben.


Dat zijn dus de zes passages, de zes verzen uit de Bijbel, die op de één of andere manier verwijzen naar seksueel gedrag tussen mensen van hetzelfde geslacht. En inderdaad, ze zijn allemaal negatief, maar dat is geen sluitend argument. De meeste verwijzingen in de Bijbel naar seksueel gedrag in het algemeen, en naar heteroseksueel gedrag in het bijzonder, zijn negatief. Dat is niet omdat seksualiteit iets slechts is, maar wel omdat de meeste verwijzen naar seksualiteit in de Bijbel gaan over lust, buitensporigheid, ontrouw, seksuele uitspattingen, verkrachtingen of geweld. En ja, de Bijbel bevat naast die honderden negatieve verzen over verschijningsvormen daarvan, ook positieve bewoordingen over relaties tussen mannen en vrouwen. Echter, over seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht spreekt de Bijbel vrijwel niet. De enige verwijzingen naar homoseksualiteit staan in totaal andere contexten, niet in de context van relaties van liefde en trouw. In Genesis 19 wordt verwezen naar een dreigende groepsverkrachting. In 1 Korintiërs 6 en 1 Timotheüs 1 wordt verwezen naar wat lijkt op seksuele uitbuiting. In Romeinen 1 verwijst Paulus naar wellustig gedrag tussen mensen van hetzelfde geslacht als illustratie van een algemene seksuele chaos en overdaad. En hoewel hij dit gedrag “tegennatuurlijk” noemt, gebruikt hij hier een woord voor ‘ongebruikelijke’ geslachtsrollen, net zoals hij verwijst naar culturele gewoonten als hij lang haar bij mannen “onnatuurlijk” noemt. De enige plaats in de Bijbel waar relaties tussen mannen verboden worden – in Leviticus – staat in een context van Oudtestamentische wetten die nooit op christenen zijn

toegepast.


De Bijbel spreekt nooit rechtstreeks over liefdevolle, toegewijde relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht en veroordeelt deze zeker niet. Er is geen Bijbelse leer over seksuele geaardheid en er wordt niet opgeroepen tot een levenslang celibaat voor homo’s. Maar, de Bijbel verwerpt wel expliciet gedwongen eenzaamheid als Gods wil voor de mens. Niet alleen in het Oude Testament als God zegt dat “het niet goed is dat de mens alleen is”, maar ook in het Nieuwe Testament. In 1 Korintiërs 7 schrijft Paulus over het huwelijk en het celibaat. Hij was zelf celibatair, en hij schrijft dat hij wenst dat alle anderen ook celibatair konden zijn. Maar, zegt hij, elke persoon heeft zijn eigen gave. Voor Paulus is het celibaat een geestelijke gave, en hij realiseert zich dat veel christenen die

gave niet hebben. Maar, omdat velen van hen de gave van het celibaat missen, merkt Paulus op dat seksuele immoraliteit hoogtij viert. Daarom schrijft Paulus het huwelijk voor als een soort remedie of bescherming tegen seksuele zonde voor christenen die de gave van het celibaat niet hebben. In vers 9 zegt hij: “want het is beter om te trouwen dan te branden van begeerte.” Tegenwoordig voelt de overgrote meerderheid van de christenen niet de gave van het celibaat en ook niet de oproep daartoe. Dit geldt voor zowel heteroseksuele christenen als voor homoseksuele christenen. En dus, als de remedie tegen seksuele zonde voor hetero christenen het huwelijk is, waarom zou de remedie voor homoseksuele christenen dan anders zijn?


De discussies en debatten die we over het homohuwelijk voeren, zowel in de kerk als in het maatschappelijk middenveld, verzanden vaak in abstracties. ‘Is het goed dat een man met een andere man trouwt? Of dat een vrouw met een andere vrouw trouwt? Nou, het lijkt niet goed, het is niet zoals God ons heeft ontworpen. Hij maakte mannen voor vrouwen en vrouwen voor mannen. Dat is Zijn ontwerp, zijn definitie van het huwelijk, en het is niet aan ons om daarmee knoeien of dat te veranderen.’ Deze argumenten worden echter altijd aangevoerd door mensen die zelf heteroseksueel zijn. Mensen die er altijd bij hebben gepast. Mensen die geen jaren van innerlijke strijd en pijn hebben doorstaan omdat ze een andere geaardheid hebben dan hun vrienden, hun

ouders, en schijnbaar alle andere mensen in de wereld. Maar, die mensen, homoseksuelen, zijn net zo goed kinderen van God en evenzeer een deel van Zijn Schepping. Net als ieder ander. Er is iets vreselijk ongepast aan hetero christenen die volhouden dat homoseksuele christenen op de een of andere manier minder zijn dan hen, of gebroken zijn, of dat homoseksuele mensen alleen bestaan vanwege de zondeval, en dat God echt van plan is om iedereen ‘straight’ te maken net als zijzelf. Maar weet je, ook ik maak deel uit van de schepping, inclusief mijn seksuele geaardheid. Ik ben een onderdeel van Gods ontwerp. Dat is het eerste dat ik bij mijn opgroeien op de zondagsschool leerde, dat God mij heeft geschapen, dat God van me houdt, en dat ik een geliefd kind van God ben, niet meer en niet minder waardevol dan wie dan ook. Ik heb God lief en ik hou van Jezus, echt waar. Maar dat betekent niet dat ik mezelf moet haten. Of dat ik op de een of andere manier mezelf voor de rest van mijn leven in zelfmedelijden, ellende en afkeer moet wentelen. Dat is niet waarvoor God mij heeft geschapen.


Onze discussie over dit onderwerp, over de 'homokwestie’, kan niet plaatsvinden op het niveau van abstracties en overpeinzingen over het ideale ontwerp en ideale rolpatronen, alsof homo’s niet eens bestaan. Jezus focuste zich in het bijzonder op anderen die over het hoofd werden gezien, op verstotenen, op mishandelde en gemarginaliseerde minderheden. Als we er aan werken om het leven van Christus op deze aarde na te volgen dan zou onze focus daar ook op moeten zijn. Romeinen 12 vertelt ons dat we de “ander hoger moeten achten dan onszelf … Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.” Hebreeën 13: 3 zegt: “Bekommer u om de … mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.” In hoeverre accepteer je niet alleen het bestaan van homo en lesbische christenen, maar voel je zelf echt de diepten van hun pijn en de schade die hun eigen broers en zussen hun hebben aangedaan? Doet die pijn jou verdriet alsof het je eigen pijn is?


En hoe bewust ben je van het feit dat je zelf misschien bijdraagt aan het lijden en kwetsen in het leven van homo’s? Het is nog steeds gebruikelijk voor heteroseksuele christenen om te zeggen: ‘Ja, ik geloof dat homoseksualiteit een zonde is, maar neem het mij niet kwalijk. Ik lees gewoon de Bijbel en dit is wat daar staat.’ Nou nee, ten eerste lees je niet alleen de Bijbel, je haalt een paar verzen uit hun verband en haalt daar een absolute veroordeling uit die nooit de bedoeling was. Maar, je raakt ook de diepste kern van een ander mens en berooft die van een gevoel van waardigheid en eigenwaarde. Je versterkt de boodschap die homo’s al eeuwenlang horen: ‘je zult altijd alleen zijn. Je komt uit een gezin maar je zult er nooit zelf een vormen. Je bent op een unieke manier niet waardig om lief te hebben en geliefd te worden door een ander, en dat allemaal omdat je anders bent, omdat je homo bent.’


Het is geen misdaad om anders te zijn. Homo zijn is geen zonde. En het verlangen en nastreven van liefde, een huwelijk en een gezin is voor een homoseksueel persoon niet egoïstischer of zondiger dan wanneer een hetero precies dezelfde dingen verlangt en nastreeft. Het boek Hooglied vertelt ons dat de trouwdag van koning Salomo “de dag was waarop zijn hart zich verheugde”. Een kleine minderheid van mensen niet alleen een trouwdag, maar een leven ontzeggen vol liefde en toewijding, en een familie, is het toebrengen van een verwoestende dosis aan pijn en angst. Niets in de Bijbel geeft aan dat christenen geroepen zijn omdat soort pijn in het leven van andere mensen te bestendigen, in plaats van eraan te werken om de pijn te verlichten. Zeker niet als het zo makkelijk

opgelost kan worden. Het enige dat nodig is, is acceptatie. Acceptatie dat de bijbel niet tegen de aanvaarding van homoseksuele christenen is, of tegen de mogelijkheid van liefdevolle relaties voor hen. En als je je ongemakkelijk voelt bij het idee van twee verliefde mannen of vrouwen, als je daar principieel tegen bent, dan vraag ik je om toch te proberen de dingen anders te zien, omwille van mij. Zelfs als je je er ongemakkelijk bij voelt. Ik vraag je om jezelf dit af te vragen: ‘hoeveel geef je om je gezin? Hoe diep gaat jouw liefde voor je partner? En hoe vol overgave zou je voor ze vechten als ze ooit in gevaar zijn of als hun iets aangedaan dreigt te worden?’ Dat is hoe sterk je je zou moeten bekommeren, en hoe vol overgave je zou moeten vechten, voor precies dezelfde dingen in mijn

leven omdat ze voor mij net zo enorm belangrijk zijn. Homo’s zouden een gekoesterd onderdeel moeten zijn van onze families en gemeenschappen, en de echt christelijke reactie op deze medemensen is er één van acceptatie, steun en liefde. Bedankt! Fijn dat jullie vanavond allemaal gekomen zijn!

Deze vertaling is met toestemming van Matthew Vines en dankzij de inspanningen van Walter Brands op onze site geplaatst. De originele tekst is terug te vinden op zijn website.


#bijbel #homoseksualiteit #homoteksten #bijbeluitleg

Vind je een reactie ongepast?
Meld het!
Vind je een reactie ongepast?
 
Meld het!

Stichting Wijdekerk

info@wijdekerk.nl

KvK : 70255547

IBAN : NL14 BUNQ 2205 8874 83

RSIN : 858217946

Proclaimer

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zijn/haar verhaal hier kan delen. Dit staat los van de mening van het team over de inhoud. Het is niet aan ons om te oordelen maar om, in navolging van Jezus Christus, elkaar in liefde te aanvaarden. 

 

Auteurs zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal. Wij als team doen ons uiterste best correcte en authentieke bijdragen op deze website te plaatsen. Als je onjuistheden en/of fouten constateert, dan verzoeken wij je dit bij ons te melden via het contactformulier. Wij zullen deze dan zo snel mogelijk herstellen.

Privacyverklaring

Wij gaan vertrouwelijk om met alle informatie die je ons geeft. Persoons- of adresgegevens gebruiken wij alleen voor het doel waarvoor je ze hebt verstrekt.  Zie hier voor onze volledige privacyverklaring.