Het Homodebat: de Bijbel en homoseksualiteit

Matthew Vines - vertaling Walter M. Brands.

Matthew Vines is de oprichter en uitvoerend directeur van The Reformation Project en de auteur van God and the Gay Christian: The Biblical Case in Support of Same-Sex Relationships. Hij woont in Dallas, Texas.


Matthew studeerde van 2008 tot 2010 aan de Harvard University. Daarna nam hij verlof om de Bijbel en homoseksuele relaties te onderzoeken en te werken aan inclusiviteit van LGBTQ in de kerk. In maart 2012 hield Matthew een toespraak in een kerk in zijn geboorteplaats Wichita, Kansas, over de Bijbel en homoseksuele relaties, waarin hij riep op tot acceptatie van homoseksuele christenen en hun huwelijksrelaties. Hieronder vind je een vertaling van de transcriptie van zijn toespraak. De toespraak is ook terug te kijken op Youtube.

Oké, om te beginnen, bedankt allemaal voor jullie komst vanavond – ik waardeer dat enorm – en ben blij dat jullie bereid zijn om meer over dit onderwerp te weten te komen. Ook wil ik College Hill United Methodist graag bedanken voor hun liefdevolle inzet om deze bijeenkomst mogelijk te maken. Mijn naam is Matthew Vines. Ik ben 21 jaar oud en ik volg een studie aan de universiteit. De afgelopen twee jaar ben ik echter vooral druk geweest met het bestuderen van materiaal dat ik jullie vanavond zal presenteren. Ik ben hier in Wichita geboren en opgegroeid, in een liefdevol christelijk gezin en in een kerkelijke gemeente die Gods Woord over dit onderwerp op een traditionele manier uitlegt.


Deze toespraak is als volgt opgebouwd. Eerst wil ik stilstaan bij een aantal bredere kwesties en argumenten die achter deze discussie schuilgaan. Vervolgens zal ik inzoomen op de belangrijkste Bijbelteksten met betrekking tot dit onderwerp. Tot slot geef ik een aantal concluderende opmerkingen. Kwesties rond homoseksualiteit, de bevestiging van homoseksuele ambtsdragers en de (in)zegening van huwelijken van mensen van gelijk geslacht, hebben in afgelopen decennia voor een enorme verdeeldheid in de kerk gezorgd, en ook vandaag de dag is er een diepe kerkelijke verdeeldheid over deze onderwerpen. Aan de ene kant zijn er gelovigen die voor verandering van de kerkelijk leer over homoseksualiteit zijn. Veel gebruikte argumenten hiervoor zijn acceptatie, eenheid

en liefde. Aan het andere uiteinde zijn er gelovigen die tegen deze veranderingen zijn. Deze groep handelt veelal vanuit bezorgdheid over seksuele zuiverheid en heiligheid en, als belangrijkste grond, de positie van de Schrift in de kerkleer. Blijven we de Bijbel hooghouden als gezaghebbend Woord van God, en nemen we Zijn lessen serieus, ook als we ons er ongemakkelijk bij voelen?


Ik wil vanavond als eerste stilstaan bij de traditionele uitleg van de Bijbel over dit onderwerp. Dat doe ik omdat deze uitleg een lange geschiedenis heeft binnen de kerk. Maar ik begin hier ook mee omdat gelovigen die deze uitleg volgen, het gevoel hebben dat gelovigen die anders over dit onderwerp denken hiervoor nog geen goede Bijbelse argumenten hebben gegeven. Geen argumenten die net zo op Gods Woord zijn gefundeerd als de traditionele uitleg, die in hun ogen dan ook als enige echt betrouwbaar is.


De traditionele uitleg komt, samengevat, op het volgende neer: er staan zes passages in de Bijbel die op de een of andere manier verwijzen naar homoseksueel gedrag, en al deze teksten zijn negatief. Drie van de teksten zijn direct en duidelijk. In het Oude Testament, in Leviticus, wordt seksuele gemeenschap tussen twee mannen verboden en een “gruweldaad” genoemd. In het Nieuwe Testament, in Romeinen, schrijft Paulus over vrouwen die de “natuurlijke omgang hebben verruild voor de tegennatuurlijke” en over mannen die de “natuurlijke omgang met vrouwen hebben losgelaten” en “in hartstocht voor elkaar zijn ontbrand”. Daaruit blijkt, volgens de traditionele Bijbeluitleg, dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament eensgezind zijn in het veroordelen van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Maar het blijft niet bij deze drie teksten, ook de drie andere teksten, waarop ik later terugkom, spelen hierin een rol. Het klopt dat het slechts 6 verzen zijn, terwijl de Bijbel in totaal zo’n 31.000 verzen telt. Maar het punt in de traditionele uitleg is niet alleen dat deze zes teksten stuk voor stuk negatief zijn, maar ook dat ze gegrond zijn in een bredere uitleg en context vanuit de eerste hoofdstukken van Genesis. Hier schept God Adam en Eva, man en vrouw. Dat was de oorspronkelijke schepping, voor de zondeval, voordat zonde de wereld in kwam.Dat was hoe Gods schepping bedoeld was. Vanuit dit gezichtspunt is iemands homoseksuele geaardheid daarom een gevolg van de zondeval, een teken van de val en gebrokenheid van de mensheid. Dat is niet hoe Gods schepping bedoeld was. Volgens deze uitleg is een homoseksuele geaardheid in zichzelf geen zonde, maar deze in praktijk brengen wel. Want de Bijbel is volgens deze traditionele uitleg duidelijk, over wat er verboden is, én over wat er is goedgekeurd. Christenen die homo zijn – die zich alleen aangetrokken voelen tot mensen van hetzelfde geslacht – wordt dan ook opgedragen om hun geaardheid niet te praktiseren, zichzelf te verloochen, het kruis op zich te nemen en Christus te volgen. En hoewel dit voor mensen oneerlijk kan lijken, zijn Gods wegen hoger dan onze gedachten. Het is niet onze taak om vragen te stellen maar om God eerbiedig te volgen.


Binnen dit kader hebben homoseksuele gelovigen een probleem, maar alleen als ze seks willen met de verkeerde mensen. Zij zullen hierdoor al snel gezien worden als door lust gedreven, seksuele wezens. Dus, terwijl hetero mensen verliefd worden, trouwen en een gezin stichten, willen homoseksuele mensen alleen maar seks hebben. Maar iedereen heeft een seksuele geaardheid, en dat gaat niet alleen maar over seks. Hetero’s worden nooit echt gedwongen om na te denken over hun geaardheid als onderscheidende eigenschap, maar het is wel degelijk onderdeel van hen, en het bepaalt een groot deel van hun leven. Vanwege hun seksuele geaardheid zijn hetero’s in staat om verliefd te worden, om een langdurige relatie van liefde en trouw op te bouwen en om samen een

gezin te vormen. Een gezin gaat niet over seks, maar, voor velen van ons, hangt het wel af van het hebben van een levenspartner, een man of vrouw. Die basis is voor homoseksuele mensen hetzelfde als voor heteroseksuele mensen. Dat is ook voor homo’s de betekenis van seksuele geaardheid. Homo’s en lesbiennes zijn net zo goed in staat om romantisch lief te hebben en zichzelf te geven, als dat hetero’s dat zijn. De emotionele band die homokoppels delen, de kwaliteit van liefde, is identiek aan die van heterokoppels. Homo’s en Lesbiennes komen, net als de meesten van ons, uit een gezin, en ook zij verlangen er vaak naar om zelf een gezin te vormen.


Maar het gevolg van de traditionele uitleg is dat, terwijl hetero’s wordt verteld om lust, vluchtige relaties en veel wisselende contacten te vermijden, aan homo’s wordt verteld om helemaal geen romantische relaties aan te gaan. De heteroseksualiteit van mensen wordt in de basis gezien als een goede zaak, als een geschenk. Het kan op een zondige en onverantwoorde manier worden gebruikt, maar het kan ook worden ingezet voor, en gericht zijn op, een liefdevolle huwelijksrelatie die in de kerkelijke gemeenschap wordt gevierd en ingezegend. Homoseksuele mensen zijn net zo goed in staat om liefdevolle relaties aan te gaan, ze hebben hier net zoveel behoefte aan en verlangen net als heteroseksuele mensen naar relaties van liefde en trouw. Maar tegen hen wordt gezegd dat zelfs levenslange, toegewijde relaties zondig zijn omdat hun seksuele geaardheid compleet gebroken is. Het is geen kwestie van lust versus liefde, of van losse versus toegewijde relaties. De seksuele geaardheid van homo’s is zo gebroken, zo in de war, dat er niets goed uit voort kan komen – geen morele, goddelijke relatie kan er ooit uit ontstaan. En dus wordt hen verteld dat ze nooit een romantische band aan kunnen gaan die in hun gemeenschap zal worden gevierd; dat ze nooit een gezin zullen hebben.


Filippenzen 2:4 vertelt ons dat we niet alleen naar ons eigen belangen moeten kijken, maar ook die van de ander voor ogen moeten hebben. In Mattheus 5 zegt Jezus dat als iemand je vraagt om een mijl mee te gaan, je twee mijl met diegene mee moet gaan. Daarom vraag ik je nu: zou je even in mijn schoenen willen gaan staan en slechts een mijl met mij mee willen lopen, ook al voel je je daar een beetje ongemakkelijk bij? Ik ben homo. Ik heb er niet voor gekozen om homo te zijn. Ik zou er niet voor hebben gekozen. Niet omdat het per se slecht is om homo te zijn, maar omdat het buitengewoon lastig is, stressvol en moeilijk, en omdat het vaak zorgt voor isolement en eenzaamheid – anders zijn, je niet begrepen voelen, je niet geaccepteerd voelen. Ik ben opgegroeid

in een familie, zo liefdevol en stabiel als je je maar kunt voorstellen. Ik hou van mijn ouders en ik heb een sterke relatie met hen beiden. Ik ben nooit lastiggevallen of misbruikt toen ik opgroeide en ik had me niet meer ondersteuning en verzorging in mijn jeugd kunnen wensen. Ik heb nooit een relatie gehad en heb altijd geloofd in seksuele onthouding tot het huwelijk. Maar ik heb ook een diepgeworteld verlangen om ooit getrouwd te zijn, mijn leven met iemand te delen en een gezin te stichten.


Maar volgens de traditionele schriftuitleg ben ik, als christen, op een unieke wijze uitgesloten van de mogelijkheid voor liefde, voor gezelschap en voor een gezin. Maar in tegenstelling tot iemand die zich door God geroepen voelt om celibatair te leven, of in tegenstelling tot een hetero die gewoon de juiste partner niet kan vinden, voel ik geen speciale roeping tot het celibaat en vind ik misschien wel iemand waar ik van ga houden en met wie ik graag de rest van mijn leven wil doorbrengen. Als dat gebeurt, als ik verliefd op iemand wordt en als die liefde wederzijds is, dan is mijn enige keus volgens de traditionele uitleg, om weg te lopen, mijn hart te breken en me terug te trekken in isolatie. Alleen. Volgens de traditionele uitleg van de Bijbel is verliefd worden één van de ergste dingen die een homoseksueel mens kan overkomen. Je hart zal per definitie worden gebroken en je zult weg

moeten rennen, en dat elke keer dat je teveel om iemand anders begint te geven. Dus, terwijl je vrienden om je heen verliefd ziet worden, ziet trouwen en gezinnen ziet stichten, zal jij altijd buitengesloten blijven. Je zult nooit in die vreugde delen van een levenspartner of van je eigen kinderen. Je zult altijd alleen zijn.


Nou, zullen sommigen zeggen, dat is heel erg triest en dat spijt me, maar je mag je eigen gevoelens nooit boven het gezag van de Bijbel zetten om zo gelukkig te zijn. Het christelijke geloof gaat er niet om dat je gelukkig bent, het gaat niet om je persoonlijke vervulling. Zijn offer en lijden zijn een belangrijk onderdeel van het leven van een Christen, en als christenen zijn we geroepen om onszelf te verloochenen, ons kruis op te nemen en Hem te volgen. Dit klopt, maar dit veronderstelt ook dat er geen enkele twijfel is over de juistheid van de traditionele Bijbeluitleg over dit onderwerp. Dát ga ik onder de loep nemen, en direct komen met die uitleg al twee belangrijke problemen naar voren. Het eerste probleem: in Mattheus 7, in de Bergrede, waarschuwt Jezus voor valse leraren. Hij legt ook uit hoe je kunt testen of onderwijs goed of slecht is. “Aan hun vruchten zul je ze herkennen”, zegt Hij. “Een goede boom draagt goede vruchten en een slechte boom draagt slechte vruchten. Een

goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen, en een slechte boom geen goede vruchten.” Goede leerstellingen hebben volgens Jezus goede gevolgen. Dat betekent niet dat het volgen van de christelijke leer altijd makkelijk zal zijn of zou moeten zijn. In de praktijk zijn veel van Jezus’ geboden helemaal niet zo makkelijk – de andere wang toekeren, je vijanden liefhebben, je leven geven voor je vrienden. Maar het zijn wel allemaal daden uit liefde. Daden die Gods liefde voor ons weerspiegelen, maar die ook de waarde en waardigheid van de mens en van het menselijk leven op een krachtige manier bevestigen. Goede lessen, hoe ingewikkeld ze ook zijn, vernietigen nooit de menselijke waarde en waardigheid. Ze kunnen niet tot een emotionele en geestelijke verwoesting leiden, of tot verlies van zelfvertrouwen en eigenwaarde. Dat zijn echter wel de gevolgen van de traditionele Bijbeluitleg voor homoseksuele gelovigen. Het leidt voor hen niet tot goede vruchten maar zorgt voor onmetelijke pijn en lijden in hun levens. Als we Jezus’ woorden serieus zouden nemen dat slechte

vruchten niet van een goede boom kunnen komen, dan zouden we ons serieus moeten afvragen of de traditionele Bijbeluitleg wel juist is.


Het tweede probleem dat al meteen naar voren komt bij de traditionele Bijbeluitleg, ontstaat wanneer we de eerste hoofdstukken van Genesis lezen, het verslag van de schepping van Adam en Eva. Dit verhaal wordt vaak aangehaald als argument tegen de inzegening van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. In het begin schiep God een man en een vrouw, en twee mannen of twee vrouwen zou een afwijking zijn van dat originele ontwerp. Dit Bijbelverhaal verdient echter meer aandacht. In de eerste twee hoofdstukken van Genesis schept God de hemel en de aarde, planten, dieren, de mens en alles op aarde. Hij verklaart dat alles in de schepping goed, of zelfs héél goed is – behalve één ding. In Genesis 2:18 zegt God: “Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.” En ja, de geschikte helper die God dan maakt voor Adam is Eva,

een vrouw. Een vrouw is inderdaad een geschikte partner voor het overgrote merendeel van de mannen – voor heteromannen. Maar voor homomannen is dat niet het geval, voor hen is een vrouw geen geschikte partner. Op alle manieren dat een vrouw een geschikte partner is voor een heteroman, is een homoman een geschikte partner voor een andere homoman. En hetzelfde geldt voor lesbische vrouwen. Voor hen is een andere lesbische vrouw de meest geschikte partner. Maar het noodzakelijke gevolg van de traditionele Bijbeluitleg is dat homo’s, ook al kunnen ze een geschikte partner vinden, ze deze moeten afwijzen en hele leven alleen moeten leven, zonder echtgenoot en zonder een eigen gezin. Het allereerste wat God in Zijn Woord niet goed noemt - voor de mens om alleen te zijn - wordt in de traditionele Bijbeluitleg als goed bestempeld. En de vrucht van deze uitleg zorgt vervolgens voor diepe wonden en is vernietigend.


Dit is een groot probleem. Door vast te houden aan de traditionele uitleg spreken we nu de Bijbel zelf tegen. De Bijbel leert ons dat het niet goed is dat de mens gedwongen wordt om alleen te zijn, en toch leggen we uit dat dat wel zo is. De Bijbel leert ons dat goede lessen goede vruchten voortbrengen, maar nu het tegengestelde gebeurt zeggen we dat het geen probleem is. Hier is iets niet op orde; iets niet op zijn plaats. En het is vanwege deze problemen en tegenstrijdigheden dat steeds meer christenen teruggaan naar Gods Woord en de zes verzen onderzoeken, die aan de basis staan van de absolute veroordeling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Kunnen we teruggaan, kunnen we deze verzen van dichtbij bekijken en ontdekken wat we kunnen leren als we ze nader bestuderen?


Om welke zes verzen gaat het dan? Het gaat om drie verzen uit het Oude Testament en drie uit het Nieuwe Testament. Ik ga in op deze verzen in de volgorde zoals ze in de Bijbel staan. In het Oude Testament lezen we in Genesis 19 het verhaal van de vernietiging van Sodom en Gomorra. Ook lezen we twee verboden, in Leviticus 18 en 20. In het Nieuwe Testament komen we een passage tegen van Paulus in Romeinen 1 en twee Griekse begrippen in 1 Korintiërs 6 en 1 Timotheüs 1.


Laten we beginnen om te kijken naar Genesis 19, de vernietiging van Sodom en Gomorra. In Genesis 18 komen God en twee van Zijn engelen in de gedaante van drie mannen op bezoek bij Abraham en Sara in hun tent bij de Dode Zee. Abraham en Sara beseffen nog niet wie hun gasten zijn, maar ze tonen toch op uitbundige wijze hun gastvrijheid. Halverwege het hoofdstuk zegt God – die hij nu begint te herkennen – tegen Abraham: “Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die ik over hen gehoord heb gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil ik weten.” De neef van Abraham, Lot, en zijn gezin wonen in Sodom, en dus onderhandelt Abraham met God. Hij krijgt Hem zover dat Hij de stad niet zal treffen als Hij zelfs maar tien rechtvaardige

mensen in de stad vindt.


Aan het begin van het volgende hoofdstuk, in Genesis 19, komen de twee engelen in Sodom aan, nog altijd in de vorm van mannen. Lot nodigt ze uit om bij hem thuis te overnachten en hij maakt een maaltijd voor hen klaar. Maar dan, vanaf vers 4, lezen we het volgende: “Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. “Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zij hij. ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die

mannen met rust, ik heb hun niet voor niets een veilig onderkomen geboden.’”


Maar de mannen blijven dreigen en dus slaan de engelen hen met blindheid. Lot en zijn gezin vluchten dan uit de stad, en God vernietigt Sodom en Gomorra met vuur en zwavel. Oorspronkelijk werd aangenomen dat de vernietiging van Sodom en Gomorra helemaal niets met seksualiteit te maken had, ook al is er een seksuele component in de passage die we zojuist lazen. Maar vanaf de middeleeuwen begon men algemeen te geloven dat de zonde van Sodom, de reden waarom Sodom werd vernietigd, vooral homoseksualiteit was. Deze latere interpretatie heeft eeuwenlang de overhand gehad en leidde zelfs tot de uitdrukking ‘sodomie’. Deze term verwijst strikt genomen naar elke vorm van ‘niet-voortplantend seksueel gedrag’ maar op verschillende momenten in de geschiedenis verwijst ‘sodomie’ vooral naar seksuele relaties tussen mannen onderling. Dit is echter niet meer de heersende uitleg van deze tekst. Bovendien, het simpele feit dat latere generaties de

tekst associëren met homoseksualiteit, betekent niet dat dat is wat de Bijbel zelf ons leert. In de tekst dreigen de mannen van Sodom met groepsverkrachting van Lots engelengasten, die in de vorm van mannen zijn langsgekomen, en dus zou dit gedrag op het eerste gezicht tussen mensen van gelijk geslacht zijn. Dat is echter het enige verband dat kan worden gelegd tussen deze passage en homoseksualiteit in het algemeen. Er is een wereld van verschil tussen gewelddadige en dwingende praktijken zoals groepsverkrachting, en monogame, liefdevolle relaties die uitgaan van wederzijdse instemming. Niemand in de kerk of daarbuiten pleit voor de acceptatie van groepsverkrachting. Dat is iets heel anders dan waar wij het hier over hebben.


‘Maar de mannen van Sodom wilden andere mannen verkrachten, dus ze moeten wel homo zijn’, zullen sommigen beweren. En: ‘Het waren de verlangens naar andere mannen, en niet alleen hun dreigende verkrachting, die God bestrafte.’ Maar, groepsverkrachting van mannen door mannen, was in de oudheid een gebruikelijke tactiek voor vernedering en agressie, in oorlogsvoering en in andere vijandige situaties. Het had niets te maken met seksuele geaardheid of aantrekkingskracht; het ging om beschamen en overwinnen. Dat is de juiste context voor het lezen van dit verhaal in Genesis 19. Een context die vooral in contrast staat met twee passages over een genereus welkom en over gastvrijheid – van Abraham en Sara in Genesis 18 en van Lot zelf in Genesis 19. De acties van de mannen van Sodom zijn bedoeld om hun wrede behandeling van buitenstaanders te onderstrepen, niet om ons op de een of andere manier te vertellen dat ze homo waren.


En inderdaad, er wordt verderop in de Bijbel 20 keer verwezen naar Sodom en Gomorra, soms met gedetailleerd commentaar op hun zonden, maar homoseksualiteit wordt daarin nooit genoemd of daarmee in verband gebracht. In Ezechiël 16:48,49 citeert de profeet God die zegt: “je zuster Sodom en haar dochters hebben zich niet zo slecht gedragen als jij en je dochters. Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen. “ Dus God zelf verklaart in Ezechiël dat de zonde van Sodom arrogantie en gevoelloosheid jegens de armen is. In Mattheus 10 en in Lukas 10 brengt Jezus de zonde van Sodom in verband met een niet-gastvrije behandeling van zijn discipelen. Van alle 20 verwijzingen naar Sodom en Gomorra in de Bijbel, verbindt er slechts één hun zonden met seksuele overtredingen in het algemeen. Het nieuwtestamentische boek Judas, vers 7, stelt dat Sodom en Gomorra “ontucht pleegden en achter wezens aanliepen die anders waren dan zijzelf”. Er zijn veel vormen van ontucht en perversie. Zelfs als Judas 7 wordt opgevat als specifiek verwijzend naar de bedreigende groepsverkrachting uit Genesis 19:5, dan heeft dat nog altijd niets te maken met het soort relaties waar we het hier samen over hebben.


Het is nu een breed gedragen overtuiging, onder geleerden aan beide uiteinden van het debat, dat Sodom en Gomorra geen Bijbels bewijs leveren die de leerstelling ‘homoseksualiteit is een zonde’ ondersteunen. Maar, de volgende twee verzen uit Leviticus: “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk” worden nog steeds regelmatig aangehaald om dat geloof hoog te houden. Er is zeker wat voor te zeggen dat deze teksten relevanter zijn voor deze kwestie dan de kwestie van groepsverkrachting, dus deze woorden verdienen onze studie en aandacht. Om even een stap achteruit te zetten en wat context te geven: Leviticus is het derde boek van de Bijbel. We hebben Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Vanaf Exodus en doorgaand tot Deuteronomium, overhandigt God de Wet aan de Israëlieten. Een Wet die in totaal 613 regels bevat.


Het boek Leviticus behandelt met name de ceremoniële zaken die verband houden met de aanbiddingsrites in de tabernakel; de verschillende offergaven en hoe ze bereid moeten worden, rein versus onrein voedsel, ziekten en lichamelijke ontladingen, seksuele taboes en regels voor priesters. Hoofdstuk 18 van Leviticus bevat en lijst met seksuele verboden en hoofdstuk 20 verbindt hieraan een lijst met straffen. In deze hoofdstukken wordt geslachtsgemeenschap tussen mannen onderling verboden, en de straf voor overtreders van deze regel is de dood. De specifieke verzen zijn Leviticus 18:22 en 20:13. Daar staat: “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk” en verder in 20:13: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.”


Welnu, daar hebben we het – voor velen is de Bijbelse discussie nu voorbij. Het is verrassend dat zoveel mensen blijven geloven dat deze verzen in Leviticus op de één of andere manier de kern vormen van het theologische debat over homoseksualiteit. Ze zijn in feite van ondergeschikte belang ten opzichte van de latere woorden van Paulus in Romeinen 1. De reden daarvoor is niet dat hun betekenis onduidelijk is maar wel dat hun context binnen een oudtestamentische wet ze niet toepasbaar maakt op christenen. Een groot deel van het Nieuwe Testament gaat over de plaats van het Oude Testament in de opkomende christelijke kerk. Toen voor het eerst heidenen werden opgenomen in wat voorheen een exclusief Joods geloof was, ontstonden er heftige debatten en verdeeldheid onder de vroege Joodse christenen, over de vraag of heidense bekeerlingen de Wet, met meer dan 600 regels, moesten volgen. In Handelingen 15 lezen we hoe dit debat werd opgelost. In het jaar 49 na Christus kwamen vroege kerkleiders bijeen bij wat later het Concilie van Jeruzalem werd genoemd, en ze besloten dat de oude Wet niet bindend zou zijn voor niet-Joodse gelovigen. De meest cultureel-onderscheidende onderdelen van die Oude Wet waren de ingewikkelde koosjere voedingsvoorschriften van de Israëlieten en de praktijk van besnijdenis bij mannen. Maar na de uitspraak van het Concilie van Jeruzalem waren zelfs die centrale delen van de Israëlitische identiteit en cultuur niet langer van toepassing op christenen. Hoewel het tegenwoordig een veelgebruikt argument is, is er geen reden om aan te nemen dat deze twee verzen uit de Oude Wet in Leviticus, op de een of andere manier van toepassingen zouden zijn gebleven op christenen, terwijl andere prominentere delen van de Wet dat niet meer zijn.


In Galaten 6 gaat Paulus zo ver door te zeggen dat het “volkomen onbelangrijk is of men wel of niet besneden is”. Hij spreekt over de Oude Wet als een slavenjuk en waarschuwt christenen om er niet door te worden belast. In Colossenzen 2 schrijft Paulus dat God, door Christus, “ons al onze zonden kwijtschold en het document met voorschriften, waarin wij werden aangeklaagd, heeft uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen.” In de Evangeliën beschrijft Jezus zichzelf als de vervulling van de Wet en in Romeinen 10:4 schrijft Paulus: “De Wet vindt zijn doel in Christus.“ Hebreeën 8:13 stelt dat het oude verbond nu “verouderd en versleten” is, omdat Christus de basis is van het nieuwe verbond, waardoor christenen worden bevrijd van het systeem van de oude Wet met regels die voor een groot deel specifiek voor Israëlieten, hun gemeenschap en hun unieke eredienst waren. Christenen hebben zeker het boek Leviticus altijd beschouwd als niet van toepassing op henzelf in het licht van Christus’ vervulling van de Wet. Dus, hoewel het waar is dat Leviticus seksuele relaties tussen mannen verbiedt, verbiedt het ook een breed scala aan gedragingen, activiteiten en voedingsmiddelen die christenen nooit als verboden hebben beschouwd. Hoofdstuk 11 van Leviticus verbiedt bijvoorbeeld het eten van varkensvlees, garnalen en kreeft, iets wat de kerk niet als zonde beschouwt. Hoofdstuk 19 verbiedt het planten van twee soorten zaad op hetzelfde veld, het dragen van kleding die is geweven van twee soorten materiaal en het knippen van het haar aan de zijkanten van het hoofd. Christenen hebben nooit één van deze dingen als zondig beschouwd, omdat Christus’ dood aan het kruis hen bevrijdde van wat Paulus het “slavenjuk” noemde. We zijn niet onderworpen aan de oude Wet.


Maar de oude Wet bevat ook een aantal regels die christenen nog steeds naleven, de tien geboden bijvoorbeeld. En dus beweren sommigen dat Leviticus 18 en 20 – het verbod op relaties tussen mannen onderling – een uitzondering op de regel zouden moeten zijn, en dat deze wet vandaag de dag voor christenen van kracht blijft. Er zijn drie belangrijke argumenten die hiervoor worden opgevoerd. De eerste is de onmiddellijke context van de verzen: Leviticus 18 en 20 verbieden ook overspel, incest en bestialiteit, zaken die allemaal als zondig worden beschouwd, en dus zou homoseksualiteit dat ook moeten zijn. Maar, slechts 3 verzen verwijderd van het verbod op seksueel contact tussen mannen onderling, in 18:19, wordt seksuele omgang tijdens de menstruatie van een

vrouw ook verboden, en ook dit wordt gruwelijk genoemd aan het eind van het hoofdstuk. Dit wordt door christenen echter niet als zondig gedrag beschouwd, maar eerder als een beperkende kwestie van ceremoniële reinheid voor de oude Israëlieten. Daar waar alle andere categorieën verboden in deze hoofdstukken, zoals overspel, incest en bestialiteit, in de rest van het Oude Testament meerdere keren worden herhaald, zowel binnen de wet als daarbuiten, in Exodus, Numeri, Deuteronomium en Ezechiël, komt het verbod op seksuele relaties tussen mannen alleen in Leviticus voor. En dat dus naast vele tientallen andere verboden die christenen nooit als van toepassing op hen hebben beschouwd.


‘Maar, het Oude Testament noemt het gruwelijk, en als het toen een gruwel was dan kan het nu zeker geen goede zaak zijn.’ De term “gruwelijk” wordt toegepast op een breed scala aan dingen in het Oude Testament – het eten van schaaldieren in Leviticus 11, het eten van konijn of varkensvlees in Deuteronomium 14; dit wordt allemaal gruwelijk genoemd. Zoals ik net al zei, seks tijdens de menstruatie van een vrouw wordt ook gruwelijk genoemd. De term “gruwel” wordt in het Oude Testament vooral gebruikt om praktijken te onderscheiden die veel voorkomen onder vreemde volken en die hen duidelijk onderscheiden van de Israëlieten. Dit verklaart waarom in Genesis 43:32 staat dat Egyptenaren het “afschuwelijk” vinden om samen met Hebreeën de maaltijd te gebruiken

en in Exodus 8:22 dat de Egyptenaren het “weerzinwekkend” zullen vinden als de Israëlieten offers brengen in hun bijzijn. Natuurlijk is er niets mis met de offers van de Israëlieten. Het probleem bij beide voorbeelden is dat ze de grenzen laten vervagen tussen praktijken die specifiek Israëlisch zijn en praktijken die buitenlands zijn. De aard van de term “gruwelijk” in het Oude Testament is opzettelijk cultuurgebonden. Het definieert religieuze en culturele grenzen tussen Israël en andere naties. Maar het is geen uitspraak over wat intrinsiek goed of slecht is, recht of krom. Daarom zijn er talloze onderwerpen waarop het Oude Testament betrekking heeft maar die al lang een geaccepteerd onderdeel vormen van een christelijk leven en geloofspraktijk.


‘Okay, maar er staat de doodstraf op. Dat geeft toch zeker aan dat het gedrag in de kwestie bijzonder slecht is, en dat we het dus nog steeds als zondig moeten beschouwen?’ Hiermee wordt voorbijgegaan aan de strengheid van alle andere straffen in de oude Wet. In het licht van de bedreigingen waar de Israëlieten mee te maken hadden, verhongering, ziekte, interne verdeeldheid en aanvallen van andere stammen, was het handhaven van orde en samenhang voor hen van het grootste belang. Daarom zullen bijna alle straffen in het Oude Testament op ons als behoorlijk hard overkomen. Een echtpaar dat seks heeft tijdens de menstruatie van de vrouw wordt definitief uit de gemeenschap verbannen. Als een dochter van de priester in de prostitutie vervalt dan wordt ze op de

brandstapel verbrand. Iedereen die de naam van de Heer ijdel gebruikt moet niet alleen worden berispt maar ook worden gestenigd. En iedereen die zijn ouders ongehoorzaam is moet ook worden gestenigd. Zelfs sommige kwesties die we helemaal niet als morele kwesties zien, kregen in het Oude Testament de doodstraf – volgens Exodus 35:2 was werken op de Sabbat een halsmisdaad. En in Ezechiël 18 wordt de doodstraf toegepast op iedereen die rente vraagt over een lening. Ook dit wordt aan het eind van de paragraaf “gruwelijk” genoemd. Het simpele feit dat op een overtreding in het Oude Testament de doodstraf stond betekent niet dat christenen het als zondig zouden moeten beschouwen. Er is teveel variatie om die uitleg consistent en effectief te laten blijken. Al bijna tweeduizend jaar is de standaard christelijke benadering dat de honderden specifieke regels en geboden in de Oude Wet zijn vervuld door de dood van Christus. Er is geen goede reden te vinden waarom Leviticus 18:22 en 20:13 hierop een uitzondering zouden vormen.


Dus, als onze drie oudtestamentische teksten na nader onderzoek geen overtuigende argumenten leveren tegen liefdevolle relaties tussen homoseksuele christenen, hoe zit het dan met onze drie nieuwtestamentische teksten? En inderdaad, iedereen die wat meer tijd heeft besteed aan het bestuderen van deze theologische kwestie weet dat de belangrijkste van de zes teksten niet in het Oude Testament staan maar dat deze naar voren komt in het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan