De weg naar jezelf is langer dan een voetreis om de wereld

Izaak van den Berg.


“Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God.

Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.”

(Citaat uit de Bijbel, Herziene Statenvertaling, 1 Johannes 4:7-8)


Inleiding

Ik heb er lang over nagedacht om dit stuk te schrijven. Eigenlijk plaats ik liever niet zulke persoonlijke verhalen publiekelijk op het internet. Dat is ook de reden dat ik geen foto van mezelf laat plaatsen bij dit document. Toch ben ik gaan schrijven omdat mijn levensverhaal mogelijk andere mensen zou kunnen helpen. Al is het er maar één, die wat aan mijn ervaringen en zienswijze heeft, dan is mijn doel bereikt.


Homogeaardheid als “probleem”

Homoseksualiteit of de homogeaardheid is al eeuwenlang een maatschappelijk probleem geweest. Helaas heeft religie daar niet veel goeds aan toegevoegd, maar eerder de bestaande vooroordelen bevestigd. Ook het christendom ontkomt daar niet aan. Homo geaarde mensen zijn veroordeeld, gemarteld en gedood, simpel en alleen omdat hun seksuele gevoelens gericht waren op leden van hetzelfde geslacht. Lange tijd is de homogeaardheid zelfs als een afwijking of als ziekte bestempeld. Niet zo heel lang geleden is de homogeaardheid gelukkig uit het medische model geschrapt als zijnde een ziekte. De American Psychiatric Association (APA), schrijvers van het DSM-classificatiesysteem van psychische aandoeningen, heeft na grondig wetenschappelijk onderzoek ongeveer dertig jaar geleden besloten dat homoseksualiteit geen ziekte is. Het wil wel wat zeggen dat bepaalde godsdiensten of religies daarentegen nog immer vast blijven houden aan de overtuiging dat de homogeaardheid een zonde is. Dit geluid horen we soms ook (nog) vanuit diverse (ultra)orthodoxe kerken in Nederland. Gelukkig zijn er ook heel veel kerken die homo’s accepteren zoals ze zijn, en hen beschouwen als gelijkwaardige christenen.


Het begin van mijn levensgeschiedenis

Zelf ben ik er op mijn twaalfde levensjaar achter gekomen dat ik anders in elkaar zat dan andere jongens van mijn leeftijd. Binnen niet al te lange tijd nadat mijn puberale seksuele gevoelens ontwaakten, kwam ik er tot mijn grote schrik achter dat ik erotisch aangetrokken werd tot leden van hetzelfde geslacht. Homo geaard dus. Ik woonde en leefde destijds in het Westland, een gedeelte van Nederland dat een nogal gesloten gemeenschap vormde. We spreken hier over de jaren ’70 van de vorige eeuw. Ik ben op dit moment zelf bijna zestig jaar oud. Als ik erop terugkijk, zie ik mezelf als een onzekere jongen, die niet wist hoe met zijn homoseksuele gevoelens om te gaan, in maatschappelijk opzicht. Ik ben naar een christelijke school gegaan, alhoewel mijn beide ouders me niet hebben laten dopen. Ze hadden het gevoel dat ze niet volledig achter een dergelijk kerkelijk ritueel konden staan, omdat ze zelf langzaam maar zeker niet meer naar de kerk gingen. Het christelijk geloof had min of meer voor ze afgedaan. De jaren ’60 en ‘70 waren ook onrustig, met studentenopstanden, hippies en dergelijke. Het gezag van staat en kerk begon af te brokkelen en de vrouwenemancipatie nam een aanvang.


Opgesloten in jezelf

Ik heb tien jaar lang mijn gevoelens in mezelf opgesloten, wat betekent dat ik uit angst voor afwijzing met niemand over mijn geheim durfde spreken. Ik kan u vertellen dat dit verschrikkelijk is, omdat je seksualiteit immers een zeer gevoelig en intiem onderwerp is, zeker voor iemand die in de puberteit zit. Op een gegeven moment gingen mijn ouders scheiden en gebeurden er nog meer onaangename dingen in mijn directe omgeving. Opgeteld bij het feit dat ik met mijzelf in de knoop lag, begon ik tekenen van overspannenheid te vertonen. Uiteindelijk kreeg ik last van neerslachtige buien, omdat ik me gewoon niet kon ontplooien of uiten. Psychoanalyticus Erich Fromm heeft ooit geschreven dat een leven dat niet geleefd wordt of wordt beknot, uiteindelijk destructief kan worden. Ik heb dat aan den lijve ervaren, want ik was doodongelukkig.


O, moeder!

Uiteindelijk heb ik hulp gehad en begon ik langzamerhand uit mijn schulp te kruipen. Ik woonde destijds nog bij mijn gescheiden moeder en broer. Laatstgenoemde ging al snel op zichzelf wonen na de scheiding van mijn ouders. Ik vertelde mijn moeder op een gegeven moment dat ik homo was, waarop zij in tranen uitbarstte. Ze zei dat ze het erg moeilijk vond om dit te accepteren, omdat haar christelijke opvoeding nu eenmaal niet zo was. Ik was daarover wel teleurgesteld en verdrietig. Mijn moeder besprak het in tranen met haar nieuwe vriend, die haar uitlachte. Hij zei dat als haar christelijke opvoeding haar belemmerde om te accepteren dat haar zoon homo was, ze er zelf ook een potje van maakte: ze was immers onlangs gescheiden van haar man. Vanaf die dag heeft mijn moeder geen probleem meer gemaakt van mijn homo-zijn, gelukkig!


Een antwoord op het bestaan?

Ik ben vanaf mijn puberteit zoekende geweest naar antwoorden op mijn bestaan, wie ik nou eigenlijk was. Ik probeerde de Bijbel te lezen, maar ik vond die veel te ingewikkeld. Ik snapte de helft er maar van en ben er destijds ook mee gestopt. Ik raakte geïnteresseerd in literatuur, geschiedenis, filosofie en psychologie. Op een gegeven moment kwam ik in aanraking met het boeddhisme. Ik las een boek over het leven van Boeddha en hoe hij het menselijke lijden beschreef, hoe het in elkaar steekt en welke weg je zou kunnen bewandelen om met het lijden in het reine te komen. Ik vond zijn woorden geweldig en begon van alles en nog wat te lezen. Het enige wat ik erg moeilijk vond om te begrijpen, is dat de Boeddha kuisheid voorschreef aan zijn volgelingen. Hoe zou je je seksualiteit kunnen bedwingen? Dat leek en lijkt me onmogelijk. Gautama de Boeddha stelt dat de mens geketend is aan zijn verlangens, de dorst naar het bestaan. Dus ook aan zijn seksuele verlangens vastzit. Daardoor lijdt hij. Via een zogeheten Achtvoudig Pad in combinatie met meditatie zou de spirituele Verlichting kunnen worden gerealiseerd. Dat zou betekenen dat je vrede met jezelf hebt en dat je niet langer zo zal lijden aan het bestaan. Want we worden aantrokken tot wat we prettig vinden, maar we willen wegduwen wat we niet prettig vinden. Met als gevolg een onafgebroken worsteling met onze gevoelens, onze gedachten en verlangens. Het leven zal zich nooit voegen naar onze egocentrische verlangens, dus stelt de Boeddha dat je de wortel van de vereenzelviging met die verlangens zou moeten onderzoeken en via inzicht als het ware zou kunnen doorsnijden. Met als gevolg de Verlichting, de serene rust nadat je volledig inzicht hebt verworven in de aard van het bestaan.


Uit de kast

Ik ging mediteren en kon een diepe ontspanning bereiken. Ik werd soms ook duizelig en kreeg huilbuien en dergelijke. Achteraf realiseer ik me, dat ik bepaalde emotionele blokkades kwijtraakte. Toch lukte het niet om dichterbij die Verlichting te komen, welke de Boeddha in het vooruitzicht stelde. Ik durfde, ondanks dat ik onderhand een klein beetje uit de kast was gekomen, nog steeds niet openlijk voor mijn homogeaardheid uit te komen. Ik reageerde op wat kennismakingsadvertenties, omdat ik niet naar een café durfde te gaan waar homo’s kwamen. Ik was erg nerveus in het begin, maar na een paar keer proberen kwam ik in contact met John. We konden erg goed met elkaar overweg, en uiteindelijk zijn we nu al meer dan 25 jaar samen (in 2001 zijn we voor de Nederlandse wet getrouwd). Opeens was ik volledig “uit de kast” en vertelde al mijn vrienden en kennissen dat ik homo was. Geen van hen heeft me afgewezen, op één hetero geaarde getrouwde kennis na. Die was bang voor zijn vrienden, dat als die zouden merken dat hij met een homo omging...


Dood spoor

In de periode dat ik met John leefde (hij is niet spiritueel geïnteresseerd), ging mijn religieuze leven op een laag pitje. We hadden (en hebben) het goed samen en ik genoot van mijn nieuwe leven. Op den duur begon ik toch weer te mediteren en kwam ik in de loop van de tijd in contact met mijn buurman Peter Gerrets, een christelijke predikant die bij ons in de flat woont. Mijn meditaties zaten op dat moment min of meer alweer op een dood spoor, ik kwam geen stap verder. Ik begon enigszins te twijfelen aan hoe dit oosters getinte pad verder moest. Ook qua spirituele literatuur leek ik in een cirkel rond te draaien. De oosterse levenswijze en religie gaat ervanuit dat je zelf het pad bewandelt en via meditatie volledig inzicht verwerft. Ik sprak met Peter over het christelijke geloof, omdat dat toch ook mijn interesse had. Ik las soms boeken van christelijke mystici, en die leken tot op bepaalde ho