The Day After

23 May 2019

Het is middag. Ik kom net terug van een Tinder-date, met mijn hoofd in de wolken. Ik heb veel dates, maar deze date is iets speciaals. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik dat de man tegenover mij aan mij gewaagd is. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik me vreemd genoeg ook uniek. Deze date is niet gelovig of religieus, maar ik heb het gevoel dat er iets speciaals is. Een gelovig partner is altijd belangrijk bij mij in de familie en dat is ook wat ik stiekem hoop. Ik hoop dat ik een relatie kan aangaan met een man die ook gelooft. Maar ik ben verliefd. Verliefd op deze niet-gelovige man. Fluitend kom ik thuis, met een glimlach op mijn gezicht.  Met een gelukkig gevoel in mijn buik.

 

“Oma!”, hoor ik een jongetje roepen. Het is mijn tweejarige neefje, waaruit ik concludeer dat mijn zus met haar gezin thuis zijn. Een zus die geloofde dat mijn coming-out één grote bananasplit-actie was en dat Frans Bauer ergens verstopt zat met verborgen camera’s. Een pijnlijke coming-out. Een zus voor wie de heteronorm de norm is waaraan iedereen moet voldoen, anders ben je raar. Alleen als je een Gerard Joling-fan bent, mag je in die hoedanigheid van de norm afwijken. Zelfs als ik mijn hand iets laat hangen in de lucht of als ik ‘per ongeluk’ een sjaal op een vrouwelijke manier draag, wijst zij mij terecht. “Oma!”, hoor ik mijn neefje voor de tweede keer roepen. Mijn maag draait om. Na de date van vanmiddag voelde ik me gelukkig, maar dat blijkt voor korte duur te zijn. 

 

Tegenwoordig date ik in het geheim. Ik ben de enige vrijgezel in de hele familie, waardoor de verwachting dat ik ook een partner zal vinden heel hoog is. Sommige dates eindigen vervelend, andere dates eindigen met een soort van vredig wederzijds goedvinden. Familieleden vragen telkens door als ik iets daarover laat ontvallen. Iedere keer krijg ik er spijt van dat zij iets weten over mijn datingsstatus. Ik heb het idee dat zij het ‘daten’ niet meer begrijpen of dat ze het nooit hebben begrepen. Van een andere zus heb ik het verwijt gekregen dat ik meer dates heb gehad dan zij en (ik citeer) dat ik me “eigenlijk sletterig gedraag”. Zij vindt dat ik moet dimmen en dat het eigenlijk ook niet nodig zou moeten zijn om regelmatig te laten testen bij de GGD, want dan beloon je ‘verkeerd’ gedrag. Onnodige belastbaarheid van de zorg, zei ze. Ik trek me mij daar niets van aan, maar toch doet het mij pijn. Daarom vertel ik ze al ruim een half jaar niks meer over het daten. Mijn datingsleven houd ik alleen voor hen geheim.

 

Goed, ik ben thuis gekomen. Iedereen vraagt aan mij waar ik uithing en ik beantwoord hun vraag met wat gemompel. Mijn moeder kijkt mij aan en ik kijk haar aan. Zij leest van mijn blik af dat ik een date heb gehad. Op een één of andere manier komt zij altijd achter mijn geheimen, ook al probeer ik het te verbergen. Moeders….

 

In de keuken zet ik koffie voor mezelf. “Hey broertje, jij weet dat vast wel. Jij moet dat wel weten”. Mijn zus

zit te ergeren achter haar laptop. Waarschijnlijk moet ik haar weer helpen enkele IT-problemen. Nee, dat is het niet. “Ik zat vanochtend tv te kijken en ik vroeg mij wat af……… die Duncan Laurence… pfff…… Ik had helemaal niet in de gaten dat het liedje op de radio van hem is, maar goed…. Maar die Duncan is toch hartstikke homo?! Ik zat te kijken naar een interview en hij was zo vrouwelijk, ik dacht, daar moet iets mis zijn. Klopt toch?!”. Mijn hart krimpt ineen. Weer doet zij mij pijn. Alweer! De honderdste sneer naar LHBT, naar mensen die anders zijn dan zij, een harde sneer naar mij. Ik kook van woede en ik wil die woede uiten, maar het lukt me niet. Ik bevries. Uiteindelijk lukt het mij wel om haar te verbeteren door te zeggen dat Duncan Laurence openlijk biseksueel is. Ik zie in de ogen van mijn zus dat er een kortsluiting ontstaat. Biseksualiteit is voor haar iets onduidelijks. Zij foetert verder en klaagt over de finale van het songfestival vanavond. Ik verdedig de LHBT-gemeenschap, maar zij luistert niet meer en gaat door met klagen over de finale, over Europa en over allerlei andere onderwerpen. Het verbaast mij enigszins dat zij haar monoloog deze keer niet afsluit met nieuwe roddels over haar dominee.

 

Het liefst wil ik mijn banden met mijn zussen breken. Het liefst wil ik ze ontkennen, ze nooit meer zien, ik wil ze slaan. Het liefst zo hard mogelijk op hun ogen, zodat ze nog ruim een maand last hebben van een dikke bloederige hematoom op hun oogkassen. Oog om oog, tand om tand. Voor iedere keer dat zij mij pijn doen en beledigen. Ik moet iets doen, terugvechten. Ik wil bewijzen dat ik niet het kleine broertje ben over wie zij heen kunnen lopen met de harde sneren en beledigingen.

 

Ik vlucht naar mijn kamer en ik denk na over wat Jezus in de Bijbel zegt. “Toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf” (Mattheüs 19:19 NBV) en “En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren” (Mattheüs 5:39 NBV). Ook zegt Jezus dat ik mijn broeders en zusters nooit te vaak kan vergeven. Al moet ik 70 maal 7 keer vergeving schenken (Mattheüs 18: 21-22).

 

Ik probeer vrede te vinden met mijn zussen. Of beter gezegd, ik probeer vrede te vinden met mezelf. Toch wil ik weg van deze narigheid, weg van de bekrompenheid. Ik wil mezelf kunnen zijn. Uit de buurt van nare mensen. Toch wil Jezus dat ik ermee leer leven. Maar ik voel iets ambivalents. Jezus zelf verloochent zijn familie in Marcus 3:31-35. “Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder” (Marcus 3:35 NBV). Er zal vast een diepere theologische betekenis in dit Bijbelgedeelte zitten, maar het lijkt alsof naastenliefde toch voorwaardelijk is. Doe je de wil van God, dan ben je een broeder of zuster in het geloof. Gelden dan die geboden van Jezus alleen voor deze broeders en zusters? In hoeverre moet ik van mijn zussen houden die mij pijn doen, als zij niet de wil van God doen? Ik weet niet meer wat ik moet geloven. Is liefde en vergeving toch onvoorwaardelijk, zoals ik vroeger als kind geloofde? Of blijkt er toch ergens een voorwaarde te zitten in deze leerstukken van Jezus? Ik weet het niet meer.

 

Inmiddels is het een dag later. The day after. Het is zondag. Duncan heeft ruimschoots gewonnen. En terecht. Inmiddels heb ik mijn glimlach weer terug op mijn gezicht van mijn laatste Tinder-date. Hij heeft geappt. Er komt een tweede date. Ik ga naar de kerk en er is een doopdienst. Liederen als ‘Take me as I am’, Psalm 139 ‘Heer die mij ziet zoals ik ben’, ‘God kent jou vanaf het begin’, Opwekking 488 ‘Heer, ik kom tot U’ en ‘Ga met God en hij zal met je zijn’ worden er gezongen. Toeval of zit God achter deze planning in de liturgie? Ik weet het niet, maar het helpt mij wel. Dit is mijn kerk. Ik ben dankbaar. Dankbaar dat ik daar welkom ben, dat LHBT’ers daar welkom zijn. Mijn broeders en zusters.

 

Zoekwoorden:

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten

16 Oct 2019

Please reload

Vind je een reactie ongepast?
 
Meld het!

Stichting Wijdekerk

info@wijdekerk.nl

KvK : 70255547

IBAN : NL14 BUNQ 2205 8874 83

RSIN : 858217946

Proclaimer

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zijn/haar verhaal hier kan delen. Dit staat los van de mening van het team over de inhoud. Het is niet aan ons om te oordelen maar om, in navolging van Jezus Christus, elkaar in liefde te aanvaarden. 

 

Auteurs zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal. Wij als team doen ons uiterste best correcte en authentieke bijdragen op deze website te plaatsen. Als je onjuistheden en/of fouten constateert, dan verzoeken wij je dit bij ons te melden via het contactformulier. Wij zullen deze dan zo snel mogelijk herstellen.

Privacyverklaring

Wij gaan vertrouwelijk om met alle informatie die je ons geeft. Persoons- of adresgegevens gebruiken wij alleen voor het doel waarvoor je ze hebt verstrekt.  Zie hier voor onze volledige privacyverklaring.