De rebelse priester: ‘Lhbt’ers in de kerk zullen niet vertrekken.’

 

Dominee Andrew Foreshew-Cain zegt dat zijn homohuwelijk hem zijn ambt heeft gekost. Nu lanceert hij een campagne voor de rechten van lhbt-christenen.

 

Dominee Andrew Foreshew-Cain had voor zijn vertrek in 2017 ongeveer twintig jaar als pastoor gewerkt. Zijn misdaad? Dat hij trouwde met zijn partner Stephen in 2014.

 

Hoewel hij na zijn bruiloft zijn positie bij St Mary with All Souls in Kilburn en St James in West Hampstead behield, zegt hij dat hij op een ‘zwarte lijst’ stond die hem ervan weerhield om een nieuwe baan te vinden. In 2017 diende hij zijn ontslag in, terwijl hij de kerk publiekelijk verweet een ‘homofoob instituut’ te zijn. Dat was een harde uitspraak en hij wist dat het zou betekenen dat hij niet meer terug kon keren.

 

Voor heteroseksuele priesters is het toegestaan om te trouwen en seks te hebben, maar van homoseksuele geestelijken wordt verwacht dat ze ongetrouwd en celibatair blijven. Foreshew-Cain zegt: ‘Door een celibataire levensstijl af te dwingen, impliceer je dat God je alleen accepteert als je geen seks hebt; oftewel, dat je niet wilt wat iedereen wil, namelijk om door iemand geliefd te zijn en van iemand te houden op je eigen manier.’ Hij pauzeert even en denkt na over zijn woordkeuze. ‘Ik denk dat dat een vorm van mishandeling is.’

 

Hij heeft de laatste anderhalf jaar, sinds zijn vertrek als geestelijke, bij de Peak District, in het stille dorpje Chapel-en-le-Frith in Derbyshire doorgebracht. Daar heeft hij gebouwd aan een verwaarloosde Georgische parochie. Het lijkt erop dat dit voor hem een kans is geweest om iets te creëren dat hij in de kerk niet kon vinden: een thuis voor hem en zijn man.

Nu keert Foreshew-Cain terug naar het ambt. Deze herfst zal hij onderpastoor van Lady Margaret Hall, een college aan de universiteit van Oxford, worden. Lady Margaret Hall opereert buiten de zeggenschap van de Anglicaanse Kerk. ‘Het voelt alsof ik klaar ben om weer priester te worden, maar wel een ander soort priester, misschien.’

De terugkomst van Foreshew-Cain zal waarschijnlijk, ook met het oog op deze tijd in de kerk, niet stilletjes voorbijgaan. In april heeft hij met een coalitie van lhbt+ geestelijken een campagne voor het homohuwelijk in de kerk van Engeland gelanceerd. Deze campagne pleit voor het recht van lesbische en homoseksuele Anglicanen om in hun lokale kerk te kunnen trouwen, en eist dat lhbt+ geestelijken die trouwen moet worden toegestaan om hun ambt uit te blijven voeren. Wat op het spel staat, zegt hij, is niet alleen zijn relatie met de kerk, of zelfs die van lhbt+ christenen in het hele land, maar de toekomst van de Anglicaanse Kerk in de Britse samenleving.

 

Volgens een onderzoek van de British Social Attitudes, identificeert slechts 2% van de jongeren zich met de kerk van Engeland. Na jaren van afnemend kerkbezoek ziet Foreshew-Cain lhbt+ issues als een graadmeter voor de bredere identiteitscrisis van de kerk: om ofwel vast te houden aan de conservatieve interpretaties van de Bijbel en zo tegemoet te komen aan de gelovigen, ofwel om te bewegen richting een progressieve Anglicaanse Kerk die mogelijk ook een nieuwe generaties van gelovigen aanspreekt. ‘We verliezen geen mensen omdat ze niet langer in God geloven. We verliezen mensen omdat ze niet langer in de kerk geloven,’ zegt hij. ‘Tenzij de Anglicaanse Kerk enthousiast homo’s en lesbiennes en hun families en vrienden verwelkomt, maken we geen enkele kans.’

 

Foreshew-Cain wilde eigenlijk nooit een priester worden. ‘Ik ben opgegroeid met een beeld van geestelijken als een kruising tussen een maagdelijke tante in wiens gezelschap je geen ‘klote’ mag zeggen, en een politieman die precies weet wat je afgelopen zaterdagavond deed, en met wie, en hoe lang – en die je walgelijk en teleurstellend vindt. Niets aan dat beeld sprak mij aan.’

Hij en zijn vier broers en zussen werden gedoopt of gezegend in de kerk – zijn moeder was kerkelijk. Er hingen kruisjes aan de muur van het huis van de familie in Hertfordshire. En toch waren ze geen kerkgangers. ‘We waren culturele christenen,’ zegt hij. Op zijn zeventiende kwam hij eens in een kerk terecht. Hij woonde een lokale dienst bij en raakte twee jaar later betrokken bij de christelijke vakbond, toen hij ging studeren in Aberdeen. Daar ontmoette hij ook zijn eerste vriendje, die opgeleid werd voor het Presbyteriaanse ambt. ‘We werden gewoon verliefd,’ herinnert hij zich, terwijl hij de drie gelukkige jaren die ze samen doorbrachten voordat ze weer uit elkaar gingen naar boven haalt. Van een man houden en tegelijkertijd van God houden was nooit een probleem voor hem. ‘Ik heb dat nooit als onverenigbaar gezien, en dat doe ik nog steeds niet,’ zegt hij.

 

Zijn parochie destijds wist van zijn relatie en heeft hem nooit aangemoedigd om die te beëindigen. Zijn kerkgenoten steunden hem ook. ‘Ik heb nooit enige homofobie ervaren,’ haalt hij op. Wat Foreshew-Cain betreft, was de brede acceptatie die hij ervaarde geen uitzondering, maar juist toonaangevend voor het Anglicaanse geloof van die tijd.

‘Voor mij voelt de Anglicaanse kerk nu als een heel andere organisatie dan toen ik voor het eerst bij de kerk kwam. Het soort progressieve liberalisme dat sinds de jaren ’50 dominant is geweest in de kerk, is vervangen door een soort overtuigd evangelicalisme, dat vaak erg conservatief is.’

Deze verschuiving is goed onderbouwd. In de VS hebben charismatische evangelici zoals Billy Graham christenen bewogen door middel van dreigende preken en slimme interactie met massamedia. In het Verenigd Koninkrijk hebben figuren als John Stott evangelicalen aangemoedigd om de Anglicaanse kerk niet te verlaten, wat in de jaren ’60 dreigde te gebeuren, maar om de kerk naar hun eigen idee te transformeren. De huidige aartsbisschop van Canterbury, Justin Welby, en een toenemend aantal bisschoppen identificeren zich met de evangelische traditie.

 

De opkomst van conservatisme in de Anglicaanse Kerk viel ongelukkig samen met meer vijandige vormen van homo-activisme en bevrijding na de gedeeltelijke decriminalisatie van homoseksuele intimiteit in 1967. In het volgende decennium begonnen de pride demonstraties, terwijl de Aids crisis in de jaren ’80 seksualiteit in het publieke bewustzijn brachten.

De groeiende zichtbaarheid van homoseksuelen en transgenders in de samenleving dwong de kerk ertoe om kleur te bekennen. In 1991 publiceerde de kerk ‘Issues in Human Sexuality’, een document dat een dunne lijn tussen compassie met en acceptatie van ‘homofielen’ in de kerk aanbracht.

Tijdens de Lambeth conferentie in 1998, een bijeenkomst van meer dan honderd nationale kerken van over de wereld die elke tien jaar plaatsvindt, kwam het onderwerp seksualiteit weer naar boven. ‘Resolution 1.10’, een document dat daar met een overweldigende meerderheid werd aangenomen, stelt dat ‘mensen die zichzelf ervaren als homoseksueel georiënteerd’ ‘geliefd door God’ zijn en ‘volwaardige leden van het Lichaam van Christus,’ maar dat ‘homoseksuele praktijken’ desalniettemin ‘onverenigbaar met de Schrift’ zijn.

 

Voor de kerk werd het benadrukken van een celibataire levensstijl een compromis tussen haar strijdende overtuigingen. Voor Foreshew-Cain was dit een falen van de kerk in haar plicht om te zorgen voor haar homoseksuele geestelijken en volgers.

Foreshew-Cain verwijst naar de zelfmoord van Lizzie Lowe, een 14-jarige christen uit Manchester, die geworsteld had om haar geloof met haar seksualiteit te verenigen, in 2014. Voordat zij haar leven beëindigde vertrouwde zij vrienden toe dat ze lesbisch was en dat ze bang was om door haar lokale kerk te worden afgekeurd. Sinds haar dood voeren haar ouders en voormalige rector campagne voor lhbt+ personen binnen de kerk. St James and Emmanuel, haar voormalige kerk in Didsbury, heeft geholpen om de eerste inclusieve decanaat* van de Anglicaanse Kerk op te richten. In 2018 was deze kerk de host van de eerste Pride in Didsbury ooit.

‘In de afgelopen tien jaar heb ik veel jonge mensen gesproken die hun seksualiteit en hun geloof proberen te verenigen en die hierdoor zelfdestructief of suïcidaal zijn geworden of worstelen met depressie en mentale aandoeningen,’ zegt Foreshew-Cain. ‘Want als je gelooft dat God jou veroordeelt vanwege de essentie van je zijn en dat je iets anders moet zijn dan wie je bent, wat moet je dan?’ Hij valt even stil. ‘Lizzie was niet de enige en ze zal ook niet de laatste zijn.’

 

Uitspraken van de meest voorname personen in de Anglicaanse Kerk hebben zijn zorgen niet weggenomen. Welby, die onlangs aankondigde dat partners van homo’s en lesbiennes niet zullen worden uitgenodigd voor de Lambeth conferentie in 2020, terwijl heteroseksuele partners dat wel worden, zei dat hij gekwetst was door zijn beslissing en de conflicten die de kerk beschadigden betreurde.

‘Eerlijk waar, velen van ons in de queer community hebben genoeg gehad van heteroseksuele witte cismannen die praten over hun pijn, terwijl zij bij anderen pijn veroorzaken,’ zegt Foreshew-Can. ‘Het is net als een mishandelende partner die je slaat en zegt: “Dit doet mij meer pijn dan jou.”’

Hij schetst een beeld van een stoornis, van een kerk die ternauwernood bij elkaar gehouden wordt door een zorgvuldig gecultiveerde ambiguïteit onder de mensen aan de top van de kerk: bisschoppen die het homohuwelijk in stilte ondersteunen en achter gesloten deuren stemmen tegen vooruitgang in de synode. Parochianen die moe zijn van de eindeloze debatten verlaten de kerk die met zichzelf strijdt. En jonge Anglicanen, die hopen om acceptatie te vinden en daarin vaak slagen bij lokale parochies, zien in de institutionele debatten over hun plek een bron van intense pijn.

 

Foreshew-Cain is sceptisch dat er veel zal veranderen – tenminste niet tot het einde van de Lambeth conferentie in 2020. Maar een afrekening zal komen, en het lijkt erop dat het punt om een compromis te sluiten lang is gepasseerd. ‘Deze campagnes zullen niet ophouden. Homo’s en lesbiennes in de kerk zullen niet weggaan. En het morele vraagteken over de integriteit van de kerk zal niet verdwijnen. Het zal alleen maar intenser worden.’

 

*een groep van parochies met een decaan aan het hoofd

 

The rebel priest: ‘Gay people in the church are not going to go away’ in de Guardian.

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten

16 Oct 2019

Please reload

Vind je een reactie ongepast?
 
Meld het!

Stichting Wijdekerk

info@wijdekerk.nl

KvK : 70255547

IBAN : NL14 BUNQ 2205 8874 83

RSIN : 858217946

Proclaimer

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zijn/haar verhaal hier kan delen. Dit staat los van de mening van het team over de inhoud. Het is niet aan ons om te oordelen maar om, in navolging van Jezus Christus, elkaar in liefde te aanvaarden. 

 

Auteurs zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal. Wij als team doen ons uiterste best correcte en authentieke bijdragen op deze website te plaatsen. Als je onjuistheden en/of fouten constateert, dan verzoeken wij je dit bij ons te melden via het contactformulier. Wij zullen deze dan zo snel mogelijk herstellen.

Privacyverklaring

Wij gaan vertrouwelijk om met alle informatie die je ons geeft. Persoons- of adresgegevens gebruiken wij alleen voor het doel waarvoor je ze hebt verstrekt.  Zie hier voor onze volledige privacyverklaring.