Polarisatie en een oorlogsverklaring in het Reformatorisch Dagblad

21 Nov 2018

Met diepe verslagenheid heb ik kennisgenomen van het opinieartikel “Eenheid gewenst in lhbt-debat” van 14 november jongstleden in het Reformatorisch Dagblad. De hoofdredacteur van het RD, een lid van de Eerste Kamer voor de SGP, een cultuur en maatschappij-docent aan christelijke hogeschool Driestar, een docent Bijbelse theologie en hermeneutiek aan het seminarium van de Hersteld Hervormde Kerk en de commissaris van de Erdee Media Groep roepen op om “een hecht front én een getuigende gemeenschap” te vormen in “een wereld waarin dat wat God ons heeft gegeven steeds meer als willekeurige menselijke constructies wordt gezien”. De eenheid wordt dus niet gezocht, zoals ik dacht - naïef als ik soms gelukkig nog kan zijn - tussen gelovigen, maar een eenheid van schijnbaar rechtgeaarde christenen tegen de lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transseksuelen en transgenders. Met bewoordingen waaruit moet blijken dat ze de waarheid in pacht hebben, wordt zonder wederhoor een oorlogsverklaring getekend. Ik lees regelmatig artikelen waar ik verdrietig van word, maar zelden heb ik zo’n groot gevoel van onbegrip en machteloosheid gevoeld als bij dit artikel.

 

De mannen stellen: “Activisten uit de LHBT-gemeenschap zullen niet rusten voordat de christelijke, afwijzende houding tegenover homoseksualiteit en genderneutraliteit zal zijn overwonnen en ieder mens ieder ander mens, hoe geaard ook, als gewoon een andere, gelijkwaardige mogelijkheid erkent.” Is dit niet je naaste liefhebben? Dat je dus je anders geaarde naaste als een gelijkwaardige mogelijkheid erkent? En dan hebben we het nog niet eens over liefhebben! Ik kan dit niet bevatten. Uiterst cru is de uitspraak: “Het behoeft, als het goed is, nauwelijks te worden gezegd, maar ons gedrag, onze woorden, onze toon en onze hele houding tegenover deze medemensen kan alleen maar voortvloeien uit diepe bewogenheid en zorg.” Deze woorden stroken op geen enkele wijze met de strekking van het gehele artikel, dat oproept tot polarisatie en redeneert vanuit kampen en strijd.

 

Homoseksualiteit, en veranderende genderidentiteit, door de heren samengevat als LHBT-debat, blijken eens te meer perfecte ingrediënten om het gereformeerde, pessimistische paradigma te voeden. Ze redeneren dat het “doen” en “zijn” het directe gevolg is van de gebrokenheid van de wereld en er daarom veel “verdriet, strijd en eenzaamheid” in het leven van een homo is. Het uiterst pijnlijke voor mij hierin is dat dat verdriet, die strijd en eenzaamheid vooral voortkomen uit overtuigingen van mensen uit een orthodox-christelijk milieu, veroorzaakt door hun eigen ideologie. LHBT’ers zijn makkelijk als vijand weg te zetten, omdat ze zo moeilijk in het straatje passen. Het perverse mechanisme erachter zorgt ervoor dat alle afschuw in de maatschappij jegens dergelijke heren hun overtuiging alleen maar bestendigt. Immers: “Allen die vroom en in eenheid met ​Christus​ ​Jezus​ willen leven, zullen worden vervolgd” (2 Timotheüs 3:12) en “Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel” (Mattheüs 5:10). Hoe meer mensen zeggen dat ze fout bezig zijn, hoe meer ze gesterkt worden in het idee van hun eigen gelijk. Deze zelfversterkende cirkel maakt een constructief gesprek steeds lastiger. Naar hun idee doen ze het goede, in alle oprechtheid. Een discussie loopt spaak op onveranderlijke, starre denkbeelden. Ik word er soms moedeloos van, maar dat is koren op hun molen, want als ze mij moedeloos zien, is dat voor hen een bewijs dat er bij mij iets fout moet zitten.

 

De mannen vinden het fijn om in goed/fout- en wij/zij-dogma’s te denken. Om niet het gesprek aan te gaan, maar te oordelen. De heren beseffen echter niet dat de zogenaamde gezamenlijke vijand ook in hun eigen kerken en instituties bestaat. Ik raak diep bedroefd als ik denk aan al die jongens en meiden met homoseksuele gevoelens, of zij die twijfelen aan hun gender die nu op een reformatorische middelbare school zitten, geen andere theologische weg kennen en denken dat God had gewild dat ze niet hadden bestaan. Een dergelijk artikel draagt bij aan dat idee. Dit zijn zware woorden, maar ik kan uit eigen ervaring zeggen dat ze waar zijn. De mannen zorgen, hoe paradoxaal ook gezien de titel van hun stuk, voor vergaande polarisatie en de vorming van twee kampen: de LHBT’ers versus de christenen, met homoseksuele christenen als mensen met onverenigbare eigenschappen ertussenin. Deze mannen dragen bij aan het idee dat een homo geen christen kan zijn en vice versa. Ze zeggen: ”We hopen van harte dat ouders, scholen, kerken en andere media met ons van de relevantie en urgentie van deze strijd overtuigd zijn, evenmin concessies zullen willen doen, en naast de duidelijkheid die in het publieke debat nodig is ook de voorzichtigheid, liefde en zorgvuldigheid aan de dag zullen leggen in onze omgang met medemensen.” Mijns inziens is stap één in de “liefde en zorgvuldigheid” om niet langer te spreken over een strijd, maar eerder iets als vredesbesprekingen en toenadering.

 

Nadrukkelijk laten de schrijvers weten dat er de afgelopen tijd misschien de schijn is gewekt dat het Reformatorisch Dagblad toleranter staat tegenover homoseksualiteit, maar dat dit “onbedoeld” en “ongewild” is. Er moet iets rechtgezet worden, maar ik vraag me oprecht af wat het werkelijke doel is van het artikel.

 

Wat niet goed beseft lijkt te worden is dat een dergelijk artikel ervoor zorgt dat homo’s die al bijna uit de kerk waren gestapt, die keuze definitief maken, er een nog grotere kloof tussen homo’s en reformatorische christenen ontstaat en mensen uit de eigen achterban onnodig veel pijn wordt aangedaan. Mensen die zich altijd al fout en zondig hebben gevoeld, krijgen nu nog een trap na. Binnen de reformatorische gemeenschap is nog veel werk te verrichten, welke visie je dan ook bezigt. Ik vraag me openlijk af waarom deze heren, die alle op een belangrijke positie staan in reformatorisch Nederland, kiezen voor deze naar buiten gerichte vijandige houding, in plaats van een liefdevolle bescheiden houding in navolging van Christus. Mijn gevoel spreekt als ik zeg dat zo wordt gepoogd om homoseksualiteit en aanverwante thema’s weer ver terug in de taboesfeer te stoppen, zodat het daarmee van de agenda af kan. Dat de kerken niet meer te maken hoeven krijgen met de dissidenten, omdat homo’s in zo’n sterk anti-klimaat toch wel zullen vertrekken en het probleem daarmee ook weg is. Deze prominente reformatorische christenen kiezen er bewust voor terug te vallen op starre en onaantastbare visies die elk gesprek op voorhand afstoten.

 

Het doet me pijn, en ik heb gehuild toen ik het artikel las, maar in dit alles weet ik me gesterkt door de gedifferentieerde getuigende gemeenschap die ik mag kennen, die gelooft in een onvoorwaardelijke liefde in relaties die meer zijn dan willekeurige menselijke constructies. We hoeven het absoluut niet eens te zijn, maar ik trek een grens op de plek waar mensen, onder het mom van rechtvaardigheid en zogenaamd zuivere Bijbelse visie, medemensen tot wanhoop brengen. Deze ogenschijnlijk vrome praatjes doen me denken aan de structuurverf die op de wanden van mijn berging zit. Het ziet er mooi uit en lijkt een zuivere Bijbelse visie, maar ik heb me er al een paar keer aan opengesneden en het verbergt bovendien een kale grauwe muur van een probleem waar de reformatorische gemeenschap zich geen raad mee weet, anders dan door mensen te verwonden. Ik wil helemaal geen activist of strijder zijn, want ik wil gewoon het gesprek aangaan, in een poging elkaar beter te begrijpen. Maar deze starre visie, die geen ruimte meer laat voor dialoog, laat me geen keuze dan op de barricades te gaan staan voor mijn medebroeders en -zusters.

 

Steef, Diederik, Bart Jan, Piet en Wim zijn van harte bij mij thuis uitgenodigd om een gesprek te voeren. Ik hoop dat we elkaar ooit kunnen begrijpen, maar ik vermoed dat dat nog tot de Eeuwigheid op zich zal moeten laten wachten. Tot die tijd bid ik dat de jongens en meiden met homoseksuele gevoelens of zij die twijfelen aan hun gender, op de christelijke scholen mogen ervaren dat God net zoveel van ze houdt als van Steef, Diederik, Bart Jan, Piet en Wim.

Gerard Amersfoort is opgegroeid in de reformatorische gezindte en heeft 3 jaar een relatie met Coen. Hij ziet het als zijn missie om LHBT'ers en christenen meer begripvol naar elkaar te laten zijn en wil dat doen door het gesprek aan te gaan en zijn ervaringen te delen.

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten

16 Oct 2019

Please reload

Vind je een reactie ongepast?
 
Meld het!

Stichting Wijdekerk

info@wijdekerk.nl

KvK : 70255547

IBAN : NL14 BUNQ 2205 8874 83

RSIN : 858217946

Proclaimer

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zijn/haar verhaal hier kan delen. Dit staat los van de mening van het team over de inhoud. Het is niet aan ons om te oordelen maar om, in navolging van Jezus Christus, elkaar in liefde te aanvaarden. 

 

Auteurs zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal. Wij als team doen ons uiterste best correcte en authentieke bijdragen op deze website te plaatsen. Als je onjuistheden en/of fouten constateert, dan verzoeken wij je dit bij ons te melden via het contactformulier. Wij zullen deze dan zo snel mogelijk herstellen.

Privacyverklaring

Wij gaan vertrouwelijk om met alle informatie die je ons geeft. Persoons- of adresgegevens gebruiken wij alleen voor het doel waarvoor je ze hebt verstrekt.  Zie hier voor onze volledige privacyverklaring.