Zoeken naar Gods zegen

10 Apr 2018

Biedt de Schrift ruimte voor relaties in liefde en trouw tussen twee mensen van hetzelfde geslacht? Met die vraag worstel ik al langere tijd. Of overvragen we de Bijbel als we verwachten daarop een algemeen en ondubbelzinnig antwoord te krijgen?

 

Vaak wordt gezegd: de homoseksuele geaardheid hoort niet tot de oorspronkelijke schepping. Dat is een Bijbelse notie waar ik niet onderuit kan en wil, maar ze plaatst me tegelijk voor een pijnlijk raadsel: wat is er toch gebeurd bij de zondeval? Als gevolg daarvan zijn er mensen met een homoseksuele geaardheid, die tegelijkertijd het basale menselijke verlangen naar een maatje kennen dat wél tot Gods oorspronkelijke schepping behoort. De HEER zegt immers: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is.’ Hoe kunnen we dan op Bijbelse gronden van hen vragen om wel alleen te blijven? Hoe ik ook in de Bijbel studeer op dit onderwerp, ik krijg er maar geen vrede mee. Ik mag in zijn algemeenheid graag zeggen dat Gods geboden goed zijn voor de mens, bedoeld voor ons welzijn; en dat je daar ook altijd van uit moet gaan. God legt ons geen regels op om ons te pesten of om te kijken hoeveel we van onszelf willen afzien om Hem maar ter wille te zijn, ook al dient het verder geen enkel doel. Maar als de twee verbodsbepalingen op seks tussen twee mensen van hetzelfde geslacht in Leviticus 18 en 20 inderdaad algemeen moeten worden opgevat (wat ik betwijfel), en als ze nog steeds van kracht zijn en dus ook betrekking hebben op relaties in liefde en trouw, kan ik er geen touw aan vastknopen.

 

Gepuzzel

Kortom, ik heb er geen vrede mee en vraag me af of we met al ons gepuzzel op Bijbelteksten wel op de goede weg zijn om hierin richting te vinden. Tot niet zo heel lang geleden dacht ik dat een theologisch-ethische benadering min of meer rechtstreeks af te leiden zou zijn uit een degelijke exegese en toepassing van de paar Bijbelteksten die rechtstreeks over homoseksualiteit gaan. Daaruit zou dan als vanzelf volgen welke weg je bijvoorbeeld in pastorale contacten met homo’s en lesbiennes zou moeten wijzen. Inmiddels denk ik dat deze weg doodloopt. Deze conclusie drong zich op toen ik me realiseerde hoezeer de uitleg en reikwijdte van Paulus’ woorden in Romeinen 1 bepaald worden door de vraag in hoeverre Paulus relaties in liefde en trouw voor ogen gehad zou kunnen hebben. Een uitgebreide beschouwing vanuit buiten bijbelse bronnen over de waarschijnlijkheid hiervan zou dan cruciaal worden. Dat illustreert voor mij dat we de Bijbel overvragen als we verwachten een algemeen en ondubbelzinnig antwoord te krijgen op de heel specifieke vraag naar relaties in liefde en trouw.

 

Spannend

Maar hoe dan wel? Een sympathieke benadering vind ik die waarin gerekend wordt met Gods genadige tegemoetkomendheid, zoals onder meer voorgesteld door H.G. de Graaff en J. Mudde. In de Bijbel zie je allerlei voorbeelden dat God in gebroken situaties tegemoetkomend is of de gebrokenheid reguleert, bijvoorbeeld in de wetgeving rond polygamie. Mudde formuleert het zo (mijn cursivering, MvL): ‘Menende het karakter van de HERE te kennen, mogen we binnen de gemeente van Christus ruimte scheppen voor homoseksuele relaties.’ Een ontroerende en intieme manier van zeggen, waarin ik een heel eind kan meegaan, als daarbij tenminste het gevaar vermeden kan worden dat we het karakter van God tot een soort principe maken dat algemeen inzetbaar is in onze overwegingen. Wellicht kan dat gevaar vermeden worden door niet te stellen dat de HEER het wel goed zal vinden, maar te vragen of de HEER het goed vindt. Dat laatste is spannend, want een antwoord op die vraag krijgen we in dat geval niet, althans niet zoals dat in de Bijbel af en toe gebeurt. Dus misschien doe ik het wel helemaal verkeerd als ik na een biddend beroep op Gods barmhartigheid en tegemoetkomendheid iets doe waarvan ik niet zeker ben of het mag. Toch zijn daarvan in de Bijbel wel voorbeelden te vinden. De zeelieden die Jona overboord gooien, heidenen die het karakter van de HEER niet kennen, wagen het erop: ze pleiten op Gods tegemoetkomendheid en kieperen dan Jona overboord. Daarna brengen ze Hem een offer en doen Hem geloften. In feite een soort ‘God zegene de greep’! Een ander – zij het minder rechtstreeks – voorbeeld vormt het gebed van Hizkia in 2 Kronieken 30. Als een groot deel van het volk van het pesachmaal heeft gegeten zonder zich aan de reinheidsvoorschriften te houden, doet Hizkia een beroep op het karakter van God: ‘De HERE, die goed is, doe verzoening over ieder die ...’ (vers 18, NBG1951). En dan vergeeft Hij (vers 20), al lezen we niet of Hizkia en het volk dat ook meteen gewaar werden.

 

Beroep

Waar brengt ons dit? In ieder geval niet bij een algemene uitspraak dat de Schrift ruimte biedt voor homoseksuele relaties. Die liggen op grond van Schrift juist niet voor hand. Maar soms kan het niet anders. Soms zijn de gevolgen te erg als een relatie per se uit beeld moet blijven. Dan lijkt het mij dat er na wellicht een heel lang proces een moment kan komen waarop de situatie biddend aan de HEER wordt voorgelegd, met de vraag of Hij het wil vergeven. Een moment waarop een beroep wordt gedaan op Gods goedheid, voor het geval het ‘eigenlijk’ fout was. Of dat moment komt – ik weet het niet. Het blijft schuren. Nog een keer terug naar het gebed van Hizkia. Hij bidt om vergeving voor ‘ieder die zijn hart erop gericht heeft God, de HERE, de God zijner vaderen, te zoeken, al was het niet naar de reinheid welke bij het heilige past’ (vers 19, NBG1951). Een spanningsvolle slotzin, die tegelijk vol verwachting is van Gods goedheid, voor het geval mijn bouwwerk van hout, hooi of stro zou blijken te zijn (1 Korintiërs 3:10-15).

Maarten van Loon is predikant van de GKv Dalfsen-Oost en redacteur van Onderweg.

 

Bovenstaand artikel is met toestemming overgenomen uit het blad OnderWeg (jaargang 4, nr 7, pag. 34-35) Dit op verzoek van een trouwe lezer van Wijdekerk, Jacob Diederiks. OnderWeg is een tweewekelijks magazine waarvan het lezerspubliek voornamelijk bestaat uit leden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken. 

 

Leestips:

•  H.G. de Graaff, ‘Een seksuele relatie ligt niet voor de hand’, in: Kontekstueel jrg. 28 nr. 5 (2014).

•  J. Mudde, Van sjibbolet naar sjalom, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2015.

• Jan Mudde en Wolter Rose: homoseksualiteit en de rol van ervaring

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten

16 Oct 2019

Please reload

Vind je een reactie ongepast?
 
Meld het!

Stichting Wijdekerk

info@wijdekerk.nl

KvK : 70255547

IBAN : NL14 BUNQ 2205 8874 83

RSIN : 858217946

Proclaimer

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zijn/haar verhaal hier kan delen. Dit staat los van de mening van het team over de inhoud. Het is niet aan ons om te oordelen maar om, in navolging van Jezus Christus, elkaar in liefde te aanvaarden. 

 

Auteurs zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal. Wij als team doen ons uiterste best correcte en authentieke bijdragen op deze website te plaatsen. Als je onjuistheden en/of fouten constateert, dan verzoeken wij je dit bij ons te melden via het contactformulier. Wij zullen deze dan zo snel mogelijk herstellen.

Privacyverklaring

Wij gaan vertrouwelijk om met alle informatie die je ons geeft. Persoons- of adresgegevens gebruiken wij alleen voor het doel waarvoor je ze hebt verstrekt.  Zie hier voor onze volledige privacyverklaring.